Logica Denitie
Default
Uitgevoerde
instelling
aanvinken
Opties
AUX 3
Conguratie van
de uitgang AUX 3.
26-27*
0
0 Uitgang gecongureerd als 2e Radiokanaal.
1 Uitgang gecongureerd als SCA, Verklikkerlichtsignaal Hek Open.
2 Uitgang gecongureerd als commando Hulplicht.
3 Uitgang gecongureerd als commando Plaatselijke Verlichting.
4 Uitgang gecongureerd als Traplicht
5 Uitgang gecongureerd als Alarm
6 Uitgang gecongureerd als Knipperlicht
7 Uitgang gecongureerd als Klikslot
8 Uitgang gecongureerd als Magneetslot
9 Uitgang gecongureerd als Onderhoud
10 Uitgang gecongureerd als Zwaailicht en Onderhoud.
*Als men AUX3 gebruikt als tweede radiokanaal moet deze gecongureerd worden als tweede radiokanaal maar moet de zender opgeslagen worden in de ingebouwde ontvanger. Als
men AUX3 gebruikt met een andere functie, dus niet als tweede radiokanaal hoeft er geen zender als tweede radiokanaal opgeslagen te worden in de ingebouwde ontvanger.
Protection
level
Het bescher-
mingsniveau
instellen
0
0
A - Voor toegang tot het programmeringsmenu is het password niet vereist
E - U kunt de parameters van de kaart ook via het U-link netwerk wijzigen
1 Niet in gebruik
2 Niet in gebruik
3 Niet in gebruik
4
A - Voor toegang tot het programmeringsmenu is het password vereist.
Het default password is 1234.
E - De mogelijkheid om de parameters van de kaart ook via het U-link netwerk te wijzigen wordt gedeacti-
veerd
SERIAL MODE
Seriële modus
(Om te identiceren
hoe de kaart
moet worden
gecongureerd
in een BFT-
netwerkaansluiting.)
0
0 SLAVE standard: de kaart ontvangt commando's/diagnose/etc. en geeft deze door
1
MASTER standard: de kaart verstuurt activeringscommando's (START, OPEN, CLOSE, PED, STOP) naar andere
kaarten.
2
SLAVE tegenovergestelde vleugels in lokaal netwerk: de kaart is de slave in een netwerk met tegenoverge-
stelde vleugels zonder intelligente module. (g.R)
3
MASTER tegenovergestelde vleugels in lokaal netwerk: de kaart is de master in een netwerk met tegen-
overgestelde vleugels zonder intelligente module. (g.R)
ADDRESS
Adres 0
[ ___ ]
Om het adres van 0 tot 119 van de kaart in een lokale BFT-netwerkaansluiting te identiceren.
(zie paragraaf OPTIONELE MODULES U-LINK)
EXPI1
Conguratie
van de ingang
EXPI1 in de
uitbreidingskaart
ingangen/
uitgangen
1-2
1
0 Ingang gecongureerd als commando Start E.
1 Ingang gecongureerd als commando Start I.
2 Ingang gecongureerd als commando Open.
3 Ingang gecongureerd als commando Close.
4 Ingang gecongureerd als commando Ped.
5 Ingang gecongureerd als commando Timer.
6 Ingang gecongureerd als commando VoetgangersTimer
7 Ingang gecongureerd als beveiliging Phot, fotocel.
8 Ingang gecongureerd als beveiliging Phot op, fotocel alleen bij opening actief.
9 Ingang gecongureerd als beveiliging Phot cl, fotocel alleen bij sluiting actief.
10 Ingang gecongureerd als beveiliging Bar, gevoelige rand.
11
Uitgang gecongureerd als beveiliging Bar OP, gevoelige rand met omkering uitsluitend geactiveerd tijdens
het openen, tijdens het sluiten wordt de beweging gestopt.
12
Uitgang gecongureerd als beveiliging Bar CL, gevoelige rand met omkering uitsluitend geactiveerd tijdens
het sluiten, tijdens het openen wordt de beweging gestopt.
13
Ingang gecongureerd als beveiliging Phot test, fotocel als “trusted device”. De ingang 3 (EXPI2) van de
uitbreidingskaart ingangen/uitgangen wordt automatisch omgezet in ingang controle veiligheidsinrichtin-
gen, EXPFAULT1.
14
Ingang gecongureerd als beveiliging Phot op test, gecontroleerde fotocel uitsluitend geactiveerd tijdens
het openen. De ingang 3 (EXPI2) van de uitbreidingskaart ingangen/uitgangen wordt automatisch omgezet
in ingang controle veiligheidsinrichtingen, EXPFAULT1.
15
Ingang gecongureerd als beveiliging Phot cl test, gecontroleerde fotocel uitsluitend geactiveerd tijdens het
sluiten. De ingang 3 (EXPI2) van de uitbreidingskaart ingangen/uitgangen wordt automatisch omgezet in
ingang controle veiligheidsinrichtingen, EXPFAULT1.
16
Ingang gecongureerd als beveiliging Bar, gevoelige rand als “trusted device”. De ingang 3 (EXPI2) van de
uitbreidingskaart ingangen/uitgangen wordt automatisch omgezet in ingang controle veiligheidsinrichtin-
gen, EXPFAULT1.
17
Uitgang gecongureerd als beveiliging Bar OP test, gecontroleerde gevoelige rand met omkering uitsluitend
geactiveerd tijdens het openen, tijdens het sluiten wordt de beweging gestopt. De ingang 3 (EXPI2) van de
uitbreidingskaart ingangen/uitgangen wordt automatisch omgezet in ingang controle veiligheidsinrichtin-
gen, EXPFAULT1.
18
Uitgang gecongureerd als beveiliging Bar CL test, gecontroleerde gevoelige rand met omkering uitsluitend
geactiveerd tijdens het sluiten, tijdens het openen wordt de beweging gestopt. De ingang 3 (EXPI2) van de
uitbreidingskaart ingangen/uitgangen wordt automatisch omgezet in ingang controle veiligheidsinrichtin-
gen, EXPFAULT1.
D812213 00100_08
58 - SP 3500 - SP 3500 SF
INSTALLATIEHANDLEIDING