EasyManua.ls Logo

Binks QS-5012-1-CE - Page 60

Binks QS-5012-1-CE
72 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NL
77-3110-R1.3 (4/2016)
NL-4 / 16
77-3110-R1.0 4/14








QS50121CE
Roerder met indirecte tandwielaandrijving en motor
QMS431CE, 433CE & 434CE
88
60
7 bar
QMS431CE
Uitsluitend roerder (zonder aandrijving) voor 8 liter
tanks
83S213CE
88
60
7 bar
QMS433CE
Uitsluitend roerder (zonder aandrijving) voor 40
liter tanks
83S1013CE, 83G1013CE
88
60
7 bar
QMS434CE
Uitsluitend roerder (zonder aandrijving)
83S1513CE
88
60
7 bar
QMS430CE
Directe aandrijving
83S211CE
3000
1000
7 bar
PT427CE/418CE
Directe aandrijving
83Z211CE
3000
1000
7 bar
PT419CE/428CE
Directe aandrijving
83C211CE
3000
1000
7 bar

Alle luchtmotoren
Motorbehuizingen
Gietijzer
Eindplaten
Aluminium
Rotors
Gietijzeren rotor, roestvrijstalen as (behalve PT419CE Koolstaal)
QS50121CE
Tandwielkast
Aluminium
QMS431CE, 433
CE, 434CE
Lagerhuis & aandrijfas
Roestvrij staal met Oilitelagers
Bladen
Geleidend nylon
Asafdichtingen
Turcon (gemodificeerd PTFE)


Luchttoevoerapparatuur (compressoren e.d.) dient zich in
een ongevaarlijke omgeving te bevinden met een filter op het
luchtinlaatsysteem om te voorkomen dat er stof of ander
vreemd materiaal doordringt tot de plaats waar de
compressie plaatsvindt.










1.
Schakel de hoofdluchttoevoer naar de tank uit.
2.
Sluit de luchtinlaatklep op het luchtverdeelstuk van de tank.
Verwijder de luchtinlaatslang.
3.
Ontlucht de tank door de vingerschroef op de ontluchtingsklep
linksom te draaien. Wacht totdat alle lucht via de
ontluchtingsklep is ontsnapt voordat u de klep, vulplug of
centrale plug van de druktank verwijdert.
4.
Laat de ontluchtingsklep open totdat u de klep, vulplug of
centrale plug hebt teruggeplaatst op de tank.


Een automatisch luchtleidingsfilter/smeerapparaat moet worden
gemonteerd op de luchttoevoerleiding op een afstand van maximaal
0,5 m van de luchtmotor. Het filter moet een 5 micron filter zijn.
Monteer het smeerapparaat op gelijke hoogte van de motor of hoger
zodat de olienevel rechtstreeks in of omlaag in de motor wordt
geblazen (zie Afb. 1).
Vul het oliereservoir met SAE 10W motorolie.
Stel het smeerapparaat zodanig in dat deze 1 druppel olie per
1400 liter (50 cfm) lucht of 1 druppel per minuut afgeeft voor
onafgebroken werking.



1.
Deze instructies zijn voor de montage van de QS50121CE
aandrijving op een geïnstalleerde MS431CE, 433CE of 434CE
roerder. (zie rubriek over de installatie van de QMS431CE,
433CE en 434CE).
2.
Draai de onderste klembout (61) los. Pak vervolgens de
aandrijfeenheid en schuif de steun (60) over het lager en zorg
ervoor dat de vierkante aandrijving op de as in de houder voor
de aandrijfas in de tandwielkast zit. Draai indien nodig de
aandrijfeenheid om de as en de houder in een lijn te plaatsen.
3.
Draai de onderste klembout (61) vast en controleer de bovenste
bout.
4.
Verwijder de inlaatklep van de hoofdluchttoevoer van de
regelaar van de tank en plaats het service Tstuk (67) in een
open poort.
5.
Sluit de inlaatklep van de luchttoevoer naar de tank aan op
een open poort van het Tstuk (67). Plaats de nippel (64) in
een open poort van het Tstuk.
6.
Plaats het elleboogstuk (63) in de inlaatpoort van de
luchtmotor en de bovenste nippel (64) in een open poort van
het elleboogstuk, als zij nog niet zijn aangesloten. Sluit de
luchtregelklep (65) aan op de bovenste nippel. Plaats de
slang (66) tussen de onderste nippel (64) en de regelklep.
Afb. 1
HOOFDLUCHTLEIDING
GELUIDDEMPER
LUCHTMOTOR
FILTERREGELAAR
SMEERAPPARAAT
ISOLATIEKLEP