HET INSTELLEN VAN HET APPARAAT
BEDIENINGSPANEEL:
1. SCHERM: toont de verschillende menu's en de geselecteerde functies.
2. TOETSEN
Voor het selecteren van de programmeringfuncties
Om terug te gaan in de geselecteerde functies
Om vooruit te gaan in de geselecteerde functies
Om de geselecteerde functies te bevestigen
3. LICHTNETZEKERING: deze zekering beschermt uitsluitend de
elektronica van de projector, de in-/uitgang voor de netvoeding (7) is niet
gezekerd.
4. LICHTNETINGANG/UITGANG: Met PowerCON
®
aansluitingen kunnen
meerdere apparaten tot maximaal 16 A worden doorgekoppeld. Sluit het meegeleverde netsnoer hier op
aan. De in- en uitgang zijn zonder enige zekering op elkaar aangesloten.
Tip: Bezoek onze website voor speciale kabelsamenstellen, waarin zowel de stroomvoorziening (3 x 1,5
mm² met Neutrik PowerCON
®
) als een gebalanceerd signaal (XLR 3-polig) in één kabel zijn opgenomen.
Er zijn verschillende lengtes verkrijgbaar: 1,3m, 3m, 5m en 10m, zeer handig!
5. DMX-IN-/UITGANGEN: Worden gebruikt voor het doorkoppelen van DMX512; u kunt hoogwaardige
gebalanceerde signaalkabels met 3-polige XLR-connectors gebruiken.
6. USB-uitgang 5 V gelijkspanning: dit is GEEN dataconnector; het is alleen een uitgang voor 5 V/350
mA gelijkspanning die kan worden gebruikt om toekomstige accessoires van stroom te voorzien.
7. BODEMDEEL VOOR OMEGAKLEM:bodemdeel met bevestigingspunten voor een Omegaklem en een
veiligheidskabel; zie het vorige hoofdstuk “Hoog hijsen”
8. AANPASSEN BUNDELHOEK: u kunt de bundelhoek naadloos aanpassen tussen 12° en 16° door
gewoon de lens te verdraaien.
HOOFDMENU:
Druk om ieder van de functies te selecteren op de [MODE]-toets om naar het instellingenmenu te gaan.
Gebruik de toetsen ▼/▲ om door het menu te bladeren.
Selecteer de functie met de [ENTER]-toets.
Gebruik de toetsen ▼/▲ om de modus te wijzigen.
Druk wanneer de gewenste modus is geselecteerd de [ENTER]-toets om de keuze te bevestigen.
Houd de [MODE]-toets gedurende ongeveer 2 seconden ingedrukt om de instellingen op te slaan en
terug te keren naar de bedrijfsmodus. Als u dit niet doet, wordt de instelling niet opgeslagen en keert het
armatuur na enige tijd terug naar de vorige bedrijfsmodus.
DMX-adres
Wordt gebruikt om het startadres in een DMX-installatie in te stellen.
Druk op de [MODE]-toets en gebruik de toetsen ▼/▲ totdat er [DMX Addr] op het scherm wordt
weergegeven.
Druk op de [ENTER]-toets om het bewerken te beginnen.
Gebruik de toetsen ▼/▲ om het DMX512-adres te wijzigen.
Druk zodra het juiste adres op het scherm wordt weergegeven de [ENTER]-toets om dit te bevestigen.
Houd de [MODE]-toets gedurende ongeveer 2 seconden ingedrukt om de instellingen op te slaan en terug
te keren naar de bedrijfsmodus.