53
De automatische accuherkenning merkt onmiddellijk, als er een accu ingelegd of
verwijderd wordt, ook bij diep ontladen accu’s. Bovendien wordt in de automode bij
diep ontladen accu’s het „Refresh“-programma gestart, om deze accu’s weer ‘tot
leven te brengen’.
De oplader bezit een automatische behoudlading.
Er treedt geen memory-effect op (laad- en ontlaadstroom worden gepulst). Daardoor
wordt een hoge inwendige weerstand van de accu lager, zodat er de stroom-belast-
baarheid groter wordt.
Het rendement van de accu wordt groter (verhouding van de benodigde lading-hoe-
veelheid t.o.v. af te nemen capaciteit).
Er is slechts één toets nodig voor het invoeren van de laadgegevens en de uitgifte
van alle accugegevens.
De berekende laad- en ontlaadcapaciteiten van elke in de oplader gelegde accu wor-
den opgeslagen. Deze gegevens kunnen op elk moment opgeroepen worden en bli-
jven opgeslagen tot de accu uit de lader gehaald wordt.
De oplader bezit een memory-backup. Bij het uitvallen van de stroom blijven de
gegevens van alle accu’s en de actuele functies van maximaal een dag in het geheu-
gen opgeslagen. Als de oplader weer met het stroomnet verbonden wordt, leidt dit
tot voortzetting van de programma’s. Daartoe moet de oplader minstens 2 uur met
het net verbonden en in werking zijn geweest.
Het LC-Display (alfanumeriek) is bedoeld voor het weergeven van:
• alle laadprogramma’s (Charge, Discharge, Check, Cycle, Alive)
• alle laadsoorten (auto/handmatig)
• alle actuele accuspanningen (U)
• alle laadtoestanden van de accu (batterijsymbool)
• alle actuele laad- resp. ontlaadstromen (I)
• alle benodigde tijden in uren en minuten (HH:MM)
• alle actuele/opgeslagen laad- en ontlaadgegevens in mAh (C/D)
Laadprogramma’s:
- CHARGE = slechts één keer laden
- DISCHARGE = slechts één keer ontladen
- CHECK = één keer ontladen en weer laden
- CYCLE = laden - ontladen - laden
- ALIVE = aden - ontladen - laden - ontladen - laden
52
Gebruik het apparaat alleen in droge, gesloten ruimtes.
Het apparaat mag alleen gebruikt worden bij een temperatuur tussen 0 °C en +40 °C.
Bij het inleggen van batterijen dient u op de juiste polariteit te letten.
Het apparaat is beveiligd tegen kortsluiting.
3. Eigenschappen
Dit is een universele snellader voor nikkel-cadmium en/of nikkel-metaal-hydride
accu’s van de volgende types:
Mono - babycel - penlite - potlood - lady.
Daarbij kunnen maximaal vier verschillende accu’s tegelijkertijd geladen worden.
Door het eenvoudige gebruik hoeft u de accu’s slechts in de oplader te steken. Zon-
der wat voor instelling ook wordt de ingelegde accu in de automatische mode met
het programma CHARGE geladen.
De microcomputergestuurde laadcyclus laadt de accu’s op tot 100%. 100% bete-
kent maximaal 115% van de aangegeven capaciteit bij nieuwe accu’s en minder dan
100% van de aangegeven capaciteit bij oudere accu’s.
De ontlaadcapaciteit bereikt eventueel geen 100%; deze ontladingswaarde moet
echter groter zijn dan 80%, anders is de accu defect (dit kan het beste getest worden
met het ALIVE-programma).
Er vindt met deze oplader geen overbelading plaats, daardoor wordt de hoogste
levensduur van de accu bereikt.
Bij deze oplader is het niet noodzakelijk te ontladen voor u begint met laden. De accu
wordt vanuit de huidige toestand tot de op dit moment mogelijke 100% geladen.
De laad- en ontlaadcyclus is onafhankelijk van de laadtoestand en de temperatuur
van de accu.
De laad- en ontlaadcyclus worden microcomputergestuurd.
De capaciteitsaanduiding van de accu is bij deze oplader in de automode zonder
betekenis. Alleen bij handmode moet de capaciteit gekozen worden, die met de
accu overeenkomt.
De accu heeft een automatische accu-bewaking (laadspanning en laadhoeveelheid).
De lader bezit een automatische ventilatiebesturing. De beide ingebouwde ventilato-
ren slaan aan, zodra er een accu geladen of ontladen wordt. Bovendien wordt, ook als
er geen programma draait, elke 30 minuten de koeling ca. 5 minuten ingeschakeld.