EasyManua.ls Logo

Conrad Electronic CHARGE MANAGER 2010 - Page 28

Conrad Electronic CHARGE MANAGER 2010
32 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
55
Tijden:
U ziet de volledige tijd in uren en minuten (HH:MM) waarin de accu behandeld is. Bij
de programma’s CHECK, CYCLE en ALIVE wordt dus de totale tijd opgeteld, waarin
de accu geladen en ontladen is. Alleen de tijd van het naladen (Trickle) wordt er niet
bij opgeteld.
De laadtijd van een accu tot max. 2000 mAh bedraagt in de automode 90 minuten tot
4 uur, in handmode ca. 90 minuten. Bij een accu met 6000 mAh bedraagt de laadtijd
in de automode max. 8 uur, in handmode max. 4 uur. De werkelijke laadtijden kunnen
daar sterk van afwijken, omdat die door de accu zelf bepaald worden.
Zo zal b.v. een tot 80% geladen accu in de automode lang nodig hebben tot deze
volgeladen is, omdat hierbij alleen de na- resp. de behoudstroom vloeit.
Als een accu bij het laden ca. 80% van de maximale opnamecapaciteit bereikt heeft,
wordt vanaf dat moment een deel van de laadstroom in warmte omgezet. Daarbij kan
opwarming van de accu optreden.
De ontladingstijden zijn eveneens zeer kort. De ontlaadtijd voor een accu met ca.
2000 mAh bedraagt in automode een tot drie uur, in handmode ca. 1 tot 2 1/2 uur. Bij
een accu met 6000 mAh bedraagt de ontladingstijd in automode max. 10 uur, in
handmode ca. 8 uur. De werkelijke ontlaadtijden kunnen daar sterk van afwijken,
omdat die ook door de accu zelf bepaald worden.
Denk er aan, dat accu’s met een lage capaciteit (< 2000 mAh) vooral bij het ontladen
in de automode hun aangegeven capaciteit nauwelijks zullen bereiken, omdat de af
te nemen capaciteit sterk afhankelijk is van de stroomhoogte en bijna de helft van de
capaciteit met zeer hoge stroom ontladen wordt.
Laad- en ontlaadgegevens:
De in de accu geladen capaciteit (C) en de afgenomen capaciteit (D) worden
gescheiden aangegeven in milliampère-uren (mAh). Bij de programma’s CYCLE en
ALIVE worden bij het opnieuw laden resp. ontladen de oude data gewist. De capaci-
teit bij het naladen (Trickle) wordt niet berekend, niet weergegeven en er ook niet bij
opgeteld.
54
Het ALIVE-programma is voor het in gebruik nemen van nieuwe en gedurende lan-
gere tijd opgeslagen accu’s.
Let erop, dat accu’s die slecht behandeld zijn, in het begin slechts 30% van hun
capaciteit kunnen opnemen. Dit slechte rendement wordt getoond door een grote
laadcapaciteit (C)en een zeer kleine ontlaadcapaciteit (D). Laad deze accu’s met het
ALIVE-programma. Na een paar cycli wordt de af te nemen capaciteit (D) groter.
Laadsoorten (modes)
AUTO: de stroominstelling bij het laden en ontladen gebeurt automatisch. De
stroomhoogte wordt vanzelf aangepast aan de betreffende toestand van
de accu.
MAN: de hoogte van de laad- en ontlaadstroom wordt indirect door het gekozen
capaciteitsvenster ingesteld.
Accuspanning:
De spanning van de accu wordt in onbelaste toestand weergegeven (en kan daarom
tijdens gebruik niet nagemeten worden). Als er geen spanning U aangegeven wordt,
is deze door de oplader nog niet vastgesteld.
Toestand van de accu:
Om grofweg een overzicht te krijgen van de toestand van de te laden resp. te ontla-
den accu, wordt bij deze oplader een batterijsymbool weergegeven. Dit symbool is
alleen bedoeld, om met een korte blik te zien hoe ver het laden resp. het ontladen al
gevorderd is. Daarbij wordt bij het opladen het batterijsymbool van onder naar boven
opgevuld, terwijl bij het ontladen het symbool van boven naar beneden steeds verder
leeggemaakt wordt. U kunt hieruit geen conclusies trekken betreffende de tijd die u
nog moet wachten tot aan het eind van het programma. Als de laadtoestand van de
accu nog niet is vastgesteld, verschijnt het batterijsymbool met een dwarsstreep in
het midden (in deze handleiding wordt het batterijsymbool met een „S“ weergegeven).
Laad- en ontlaadstroom:
Bij het laden en ontladen wordt de door de accu vloeiende stroom I getoond. Let
erop, dat in de automode de stroomhoogte van de oplader automatisch aangepast
wordt. Als er aan het begin van het programma nog geen stroom vastgesteld is, of er
na het beëindigen van het programma (READY/ERROR) geen stroom meer door-
vloeit, verschijnt er I = —-A op deze plek.