9 . (vol)cArbonvorken
kunnen optreden die tijdens het rijden
nooit voorkomen en uw frame zouden
kunnen beschadigen. Daarom dient het
volgende in ac ht te worden genomen:
• Het transport van uw carbonframe
met dragers die klemelementen
gebruiken voor het bevestigen en
vast zetten van de framebuizen, is
niet toegestaan, omdat door de
klemk racht van de bevestigingse-
lementen schade aan de frame-/
vorkbuizen kan ontstaan.
• Tijdens het transport mogen geen
voorwerpen op het frame en de
vork liggen. Het frame dient slip -
vast te worden va st gemaakt.
• Bij transport met een gedemon-
teerd acht er- of voor wiel wordt
gead viseerd om in de plaats van
de wielnaaf een overeenkomstig
afstandstuk aan de achterbouw
(130mm bij racefiets, 13 5mm bij
MTB-hardtail, 135/ 142 mm bij MTB-
fully) en in de vork (100mm) te
plaatsen, om schade te voorko-
men.
• Bij vliegreizen en in het al gemeen
bij reiz en waarbij het bagagestuk
‘fiets’ ni et te controleren of scha-
devrije op te bergen va lt , moet
voor voldoende bescherming van
het frame en de vork tijdens het
transport worden gezorgd (bij v.
door het gebruik van een geschikte
harde koffer enz.).
3.—(Vol)car bonvorken
De gebruikte volcarbonvorken en car-
bonvorken met schachtbovendeel van
aluminium zijn vorken met een conische
schachtbuis (tapered steerer). Deze buis
heeft aan het onder ste balhoofdlager
een buitendiam eter va n 1,5” en versmalt
naar boven tot 1 1/8” aan het klembereik
van de voorbouw. Er mogen uit sluitend
voorbouwen en balhoofdstellen wor-
den gebruikt die op deze buisdiamet er
afgestemd en door de fietsfabrikant
goedgekeurd zijn.
• Al s de conu sring va n het onderste
balhoofdlager met veel geweld op
de lagerzitting wordt gepl aatst,
bestaat risic o op beschadiging
van de vork . Het inbouwen van
een balhoofdstel dient door een
vakkundige te geb euren. De bui-
tendiameter va n de schachtbuis is
aan de klemming voor de voorbouw
berekend op voorbouwen met
klemmaat 1 1/8”. Er mogen uitslu-
itend voorbouwen met overeen-
komstige binnenmat en en schone
binnenvlakken worden gebruikt. De
gemonteerde voorbouw mag in zijn
eindpositie maximaal 2mm boven
de rand van het schachtbuiseinde
uitsteken.
De bevestiging va n de voorrem aan de
vork gebeurt met de door de betref-
fende fabrikant bijgeleverde speciale
moeren met schroefdraad M6 met binn-
enzesk ant (SW 5mm). De buitendiamet er
van de moer en mag ni et groter zijn dan
8mm en het ma ximale aandraaimoment
van de mo eren bedraagt 8 Nm (min. 7 Nm ).
• Bij carbonvorken met een schacht-
bovendeel van al uminium kan voor
het in stellen van het balhoofd-
lager een zogenoemde ‘ahe ad
stem’ worden in geklopt. Bij een
volcarbonvork mag dit echter in
geen geval gebeuren. Hier dient