106
NEDERLANDS
• Kap voorste handgreep - Een structurele afscherming tussen
de voorste handgreep van een snoeischaar en het zwaard,
gewoonlijk dicht bij de handpositie op de voorstehandgreep.
• Zwaard - Een stevige structuur met rails die de zaagketting
ondersteunt enleidt.
• Schede van het zwaard - Afscherming die over het zwaard
wordt geplaatst die aanraking met de tanden voorkomt
wanneer de zaag niet wordtgebruikt.
• Terugslag - De achterwaartse of opwaartse beweging, of
beide, van het zwaard, die optreedt wanneer de zaagketting
bij de neus van het bovenste gedeelte van het zwaard in
contact komt met een voorwerp, zoals een houtblok of tak, of
wanneer het hout buigt en de zaagketting vast komt te zitten
in dezaagsnede.
• Terugslag, beknelling -
De snelle terugslag van de zaag die
zich kan voordoen wanneer het hout buigt en de bewegende
zaagketting langs de bovenzijde van het zwaard in de
zaagsnede vast komt tezitten.
• Terugslag, roterend - De snelle opwaartse en achterwaartse
beweging van de zaag die zich kan voordoen wanneer de
bewegende zaagketting bij het bovenste gedeelte van de punt
van het zwaard in contact komt met een voorwerp, zoals een
houtblok oftak.
• Snoeien - Het verwijderen van takken van een geveldeboom.
• Ketting voor geringe terugslag - Een ketting die
voldoet aan de prestatievereisten voor terugslag van ANSI
B175.1–2012 (indien getest op een representatief monster
vansnoeischaren).
• Normale zaagpositie - De posities die worden aangenomen
bij het klein zagen of vellen van eenboom.
• Inkeping - Een zaagsnede voor het maken van een inkeping
in de stam, die de richting bepaalt waarin de boomvalt.
• Achterste handgreep - De ondersteunende handgreep die
zich aan of bij de achterzijde van de kettingzaagbevindt.
• Zwaard voor verminderde terugslag - Een zwaard dat
heeft bewezen aanzienlijk minder terugslag tegeven.
• Vervangende zaagketting - Een ketting die voldoet aan
de vereisten voor minder terugslag van ANSI B175.1–2012
bij testen met bepaalde snoeischaren. Mogelijk wordt niet
voldaan aan de prestatievereisten van de ANSI bij gebruik op
anderezagen.
• Zaagketting - Een ronde ketting met zaagtanden die het
hout zagen en die wordt aangedreven door de motor en
ondersteund door hetzwaard.
• Geribbelde stootrand - Met behulp van de ribbels wordt bij
het vellen of afzagen de zaag gedraaid en kan de zaag tijdens
het zagen op z’n plaats wordengehouden.
• Schakelaar - Een uitrusting die indien bedient een elektrische
voedingskring naar de motor van de snoeischaar wordt
geactiveerd ofonderbroken.
• Schakelverbinding - Het mechanisme dat beweging
overbrengt van een aan/uit-schakelaar naar deschakelaar.
• Blokkering schakelaar - Een beweegbare vergrendeling die
ervoor zorgt dat de schakelaar pas wordt bediend wanneer de
blokkering isopgeheven.
Namen van de snoeischaar bijbehorende
termen
• Zagen - Het proces van het in stukken zagen van een gevelde
boom of een houtblok.
• Motorrem (indien voorzien) - Een voorziening voor het
tot stilstand brengen van de kettingzaag wanneer de aan/
uit-schakelaar wordtlosgelaten.
• Snoeischaar met elektrische kop - Een snoeischaar zonder
zaagketting enzwaard.
• Aandrijfwiel of kettingwiel - Het getande gedeelte dat de
zaagkettingaandrijft.
• Vellen -
Het proces van het omzagen van eenboom.
• Zaagsnede tegenkant -
De eindzaagsnede die wordt
gemaakt aan de tegenovergestelde zijde van deinkeping.
• Voorste handgreep - De ondersteunende handgreep aan of
bij de voorkant van desnoeischaar.
ernst van de gevallen van terugslag aanzienlijk doet afnemen,
na het testen overeenkomstig veiligheidsvereisten voor
elektrische snoeischaren.
• Ketting voor geringe terugslag, ontworpen met een
dieptemeter rondom en een beschermkapbevestiging die de
kracht van de terugslag afwendt en de zaag geleidelijk in het
hout laat dringen. Een ketting voor geringe terugslag is een
ketting die voldoet aan de vereisten voor minder terugslag van
ANSI B175.1–2012.
• Gebruik de snoeischaar niet in een boom of op een ladder of
een ander niet stabiel oppervlak.
• Houd het gereedschap vast aan geïsoleerde oppervlakken
wanneer u een handeling uitvoert waarbij het gereedschap
in contact kan komen met verborgen bedrading. Contact
met een draad waar spanning op staat, zet de blootgestelde
metalen onderdelen van het gereedschap onder spanning en
maakt dat de gebruiker een schok krijgt.
• Probeer geen verrichtingen uit te voeren waarmee u geen
ervaring heeft of die uw capaciteiten te boven gaan. Lees alle
instructies in deze handleiding nauwgezet door zodat u ze
volledig begrijpt.
• Controleer voordat u de snoeischaar start dat de zaagketting
niets raakt.
• Gebruik een snoeischaar niet met één hand! Werken met
één hand kan ernstig letsel van de gebruiker, helpers of
omstanders tot gevolg hebben. Een snoeischaar is uitsluitend
bedoeld om met beide handen te gebruiken.
• Houd de handgrepen altijd droog, schoon en vrij van olie en
vet.
• Laat geen stof, vuil of zaagsel zich ophopen op de motor of
aan de buitenzijde van luchtopeningen.
• Schakel de snoeischaar uit voordat u deze neerlegt.
• Gebruik de kettingzaag niet voor wijnranken en/of ander klein
struikgewas.
• Ga uiterst voorzichtig te werk in struikgewas of jong hout,
omdat dun materiaal in de zaagketting vast kan komen te
zitten en naar u toe zwiepen of u uit evenwicht brengen.