EasyManua.ls Logo

Dual C839RC - Page 22

Dual C839RC
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Met
de
MEMORY-inrichting
(28),
die
met
de
teller
(18)
in
ver-
binding
staat,
kunt
u
bij
weergave
een
bepaalde
gewenste
plaats
op
de
band
automatisch
terugvinden.
Deze
plaats
markeert
u,
door
de
nul-instelling
toets
(9)
in
te
drukken.
Wanneer
u
nu
op
een
willekeurige
plaats
voor
of
achter
de
gewenste
plaats
de
toetsen
<4
of
pp
indrukt
(12)
resp.
(15)
en
de
toets
ME-
MORY
(28)
in
de
stand
ON
zet,
wordt
de
band
exact
op
de
gewenste
plaats
gestopt.
Wanneer
u
tevoren
eveneens
de
schakelaar-stand
PLAY
gekozen
heeft,
dan
wordt
op
deze
plaats
de
band
in
de
tegenovergestelde
richting
automatisch
gestart
voor
weergave.
Hierbij
wordt
het
indrukken
van
de
toetsen
»
(14)
en
«
(11)
overbodig.
Snel
bandtransport
»»
(15)
snel
opspoelen
van
links
naar
rechts.
44
(12)
snel
terugspoelen
van
rechts
naar
links.
De
functies
“snel
opspoelen”
»»
en
“snel
terugspoelen’
<4
dienen
voor
het
omspoelen
van
de
band
en
voor
het
terugvinden
van
bepaalde
plaatsen
op
de
band.
De
functies
START
en
op-
name
REC
worden
automatisch
opgeheven.
Aan
het
einde
van
de
band
worden
de
beide
functies
automatisch
uitgeschakeld.
Start
Opname
en
weergave
worden
in
elke
gewenste
bandloop
richting
gestart
metde
toetsen
»
(14)
en
a
(11).
De
startfunctie
kan
ook
voor
het
inleggen
van
de
cassette
worden
gekozen,
een
voeler
registreert
het
inleggen
van
de
cassette,
waarna
de
bandloop
in
werking
wordt
gesteld.
PAUSE
Voor
opnamevoorbereiding
en
voor
kortstondige
onderbreking
bij
opname
of
weergave
dient
de
toets
PAUSE
(16).
De
ervoor
ingestelde
functie
blijft
gehandhaafd.
Door
de
toets
nogmaals
in
te
drukken
wordt
de
band
weer
gestart.
Uitschakel-automaat
Het
apparaat
is
voorzien
van een
elektronische
bandioop
be-
waking,
die
bij
storingen
in
het
bijzonder
storingen,
veroor-
zaakt
door
de
cassette
de
bandloop
onderbreekt
en
daarmee
de
beruchte
“bandsalade”
ten
ene
male
vermijdt.
Afhankelijk
van
de
stand
van
de
Mode-schakelaar
(2)
wordt
bij
verstoring
van
de
bandloop
de
bandloop-richting
allereerst
een-
maal
omgeschakeld,
waardoor
veelal
problemen
met
de
band-
opwikkeling
voorkomen
worden.
Wanneer
in
de
andere
band-
loop-richting
de
storing
aanwezig
blijft,
wordt
de
bandloop
onderbroken.
In
de
stand
Ea
wordt
bij
verstoringen
van
de
bandloop
de
bandloop-richting
voortdurend
omgeschakeld.
Meeluister
controle
over
hoofdtelefoon
Bij
weergave
en
opname
kan
aan
de
ingangsbus
PHONES
(31)
een
stereo
hoofdtelefoon
met
een
impedantie
van
4
2000
ohm
worden
aangesloten
voor
meeluister
controle.
Met
de
regelaar
(32)
wordt
de
geluidssterkte
van
beide
kanalen
ingesteld,
TIMER
aansluiting
Wordt
het
netsnoer
met
een
in
de
handel
verkrijgbare
schakel-
klok
of
timer
verbonden,
dan
kan
hiermee
de
start
van
het
ap-
paraat
op
een
tevoren
gekozen
tijdstip
worden
ingesteld.
Op
deze
wijze
kan
ook
een
opname
worden
voorbereid
ea
via
de
schakelklok
worden
gestart
Drukt
u
daarvoor
de
toets
POWER
(1)
in,
zet
de
TIMER
scha-
kelaar
(25)
op
“PLAY”,
plaats
een
cassette
met
de
band-vor-
raad
aan
de
linkerkant
en
kies
de
gewenste
speelstand
met
de
MODE
schakelaar
(2).
Wanneer
nu
de
schakelklok
het
apparaat
aan
netspanning
legt,
start
de
bandweergave
in
de
richting
di-
rect
en
automatisch.
Zo
kan
ook
een
opname
worden
voorbereid
en
via
de
schakel-
klok
worden
gestart.
Daartoe
dient
u
het
navolgende
te
doen:
Zet
de
TIMER
scha-
kelaar
(25)
in
de
stand
REC.
Een
beveiliging
zorgt
ervoor,
dat
u
deze
schakelaar
abusievelijk
in
de
stand
REC
zet.
Daarom
moet
u
de
schakelaar-handle
naar
rechts
en
tegelijkertijd
naar
boven
drukken
om
de
gewenste
stand
te
bereiken
22
LIMITER
Met
de
toets
LIMITER
(23)
wordt
een
automatische
niveau-
begrenzing
ingeschakeld.
Deze
werkt
afhankelijk
van
de
uit-
sturingsregelaars.
Stuurt
u
eerst
de
opname
met
de
hand
uit.
Eerst
daarna
drukt
u
de
toets
LIMITER
(23)
in.
Gebruik
deze
functie
eerst
wanneer
u
bang
bent,
bij
onbekende
muziek
de
bandopname
te
kunnen
oversturen,
ondanks
de
zorgvuldige
instelling
vooraf.
PITCH
regelaar
Met
de
regelaar
PITCH
(17)
kan
alleen
bij
band-weergave
de
bandsnelheid
en
daarmee
de
toonhoogte
tot
+
4
%
worden
ge-
varieerd
Bij
opname
wordt
onafhankelijk
van
de
stand
van
de
PITCH-
regelaar
automatisch
de
nominale
bandloop
snelheid
gehand-
haafd.
Eigen
cassette
opnamen
Dank
zij
de
royale
uitvoering
van
uw
cassettedeck
zult
u
zonder
moeite
een
goede
opname
kunnen
maken.
Een
eigen
opname
van
een
grammofoonplaat
bijvoorbeeld
is
in
de
regel
kwali-
tatief
beter
dan
de
voorbespeelde
kant-en-klaar
MusiCassette
met
dezelfde
titel
Aanvullend
aan
de
opmerkingen,
die
reeds
werden
gemaakt
over
het
weergeven
van
voorbespeelde
cassettes
kan
het
navol-
m
over
opname
nog
worden
toegevoegd:
Bandsoorten
keuzeschakelaar
(22)
overeenkomstig
de
ge-
bruikte
bandsoort
instellen
*
00
(26)
inschakelen,
indien
nodig
multiplex
(MPX-)
filter
in-
schakelen
+
Teller
(18)
op
"000"
zetten.
Voorbereiding
en
uitsturing
van
de
bandopname
Druk
de
toetsen
PAUSE
(16),
REC
(13)
en
een
der
start-toetsen
»
(14)
resp.
«
(11)
in
deze
volgorde
in.
Houdt
daarbij
de
REC
toets
langer
ingedrukt
dan
de
start
toets.
Dat
het
apparaat
gereed
is
voor
het
maken
van
een
opname,
geeft
de
indicatie
naast
de
REC
toets
aan
(13)
door
op
te
lich-
ten.
Kies
nu
met
de
ingangskeuze-schakelaar
de
gewenste
pro-
grammabron.
LINE/MIC
Cynch-
en
microfoon-ingang
onderling
te
mengen.
LINE
slechts
de
Cynch-ingang.
MIC
slechts
de
microfoon-ingang
DIN
slechts
de
DIN-ingang
DIN/MIC
DIN
en
microfoon-ingang
onderling
te
mengen
De
uitsturing
van
de
bandopname
geschiedt
met
de
regelaars
INPUT
LINE/DIN
(24)
en/of
INPUT
MIC
(27).
Staat
de
in-
gangskeuze-schakelaar
(21)
in
de
stand
LINE/MIC
dan
wel
DIN/MIC,
dan
kan
het
microfoonsignaal
met
de
andere
pro-
grammabronnen
worden
gemengd.
De
beide
stereo-kanalen
zijn
gescheiden
regelbaar,
maar
door
de
slipkoppeling
ook
gezamenlijk.
Het
correcte
uitsturingsniveau
controleert
u
met
de
lichtdiode
aanduidingen
(29).
Deze
traagheidsloze
piekwaar-
de-aanduiding
maakt
een
optimale
bandopname
mogelijk.
Met
de
schakelaar
(19)
kunnen
de
beide
aanduidingen
worden
uitgeschakeld.
Een
opname
is
correct
uitgestuurd,
wanneer
bij
de
luidste
passages
in
het
programma
de
uitsturing
juist
tot
aan
het
0
dB
niveau
komt.
Dit
is
het
begin
van
het
rode
uitsturings-
gebied.
Kortstondig
oplichten
van
een
rode
lichtdiode
beinvloedt
de
opname
nog
niet.
Bij
een
te
lage
uitsturing
wordt
de
dynamiek
van
de
band
niet
geheel
benut.
Bij
een
te
hoge
uitsturing
bestaat
het
gevaar
van
hoorbare
vervorming
bij
de
weergave.
Door
een
gevoeligheids-omschakeling
is
vastgesteld,
dat
alle
bandsoorten
op
gelijke
wijze
kunnen
worden
uitgestuurd.
Grammofoonplaten
opnemen
Voor
het
aansluiten
van
een
platenspeler
heeft
U
de
volgende
mogelijkheden:
1.
Platenspeler
en
cassettedeck
zijn
aangesloten
op
een
stereo-
versterker
of
-receiver.
Schakel
in
dit
geval
de
ingangskeuze-
schakelaar
van
de
versterker
op
PHONO.
2.
Voor
directe
aansluiting
van een
platenspeler
gaat
U
als
volgt
te
werk:

Related product manuals