EasyManua.ls Logo

Dual C839RC - Page 23

Dual C839RC
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Overspeeladaptor
226
818
in
de
aansluitbus
DIN
REC/PB
steken.
Platenspeler
met
de
overspeeladaptor
verbinden.
Bij
platenspelers
met
een
keramisch-
of
kristalelement
kan
dit
rechtstreeks.
Bij
een
platenspeler
met
een
magnetisch
of
een
dynamisch
element
is
een
voorversterker
Dual
TVV
47
nodig.
Opname
van
radioprogramma's
Als het
cassettedeck
en
de
tuner
(radio-ontvangerdeel)
aan
een
HiFi-versterker
zijn
aangesloten,
kunnen
radioprogramma's
worden
opgenomen
zonder
veranderingen
in
de
kabelverbin-
dingen
aan
te
brengen.
Als
een
tuner
rechtstreeks
op
het
cassettedeck
moet
worden
aangesloten,
geschiedt
dit
met
een
overspeeladaptor
226
818
op
de
DIN
REC/PB-aansluitbus.
Opnemen
van
een
bandopnemer
Moet
er
van
een
spoelen-
of
cassetterecorder
op
Uw
cassette-
deck
een
opname
overgespeeld
worden,
dan
steekt
U
de
over-
speeld-adapter
(art.
nr.
226
818)
in
de
bus
DIN
REC/PB
van
Uw
cassettedeck.
Verbind
nu
de
tweede
recorder
c.q.
het
deck
via
het
bijgevoegde
diodesnoer
aan
de
overspeel-adapter.
Ingeval
U
van
Uw
cassettedeck
op
een
andere
band-of
cassette-
recorder
c.q.
deck
wiltopnemen,
steek
dan
de
overspeel-adapter
in
de
aansluitbus
van
het
opnemende
apparaat.
Microfoon-opnamen
Voor
aansluiting
aan
Uw
HiFi-cassettedeck
zijn
alle
laag-
en
middelohmige
microfoons
geschikt
met
een
impedantie
van
200
1000
Ohm
en
een
1/4"
coaxiaalsteker.
Wij bevelen
u
de
hifi-elektret-condensatormicrofoons
Dual
MC
304,
Dual
MC
314
en
Dual
MC
316
hiervoor
aan.
Voor
stereo-opnamen
behoren
steeds
twee
gelijke
mono
micro-
foons
of
een
stereo
microfoon
te
worden
gebruikt.
Wordt
slechts
een
monaurale
microfoon
aangesloten,
dan
wordt
desondanks
het
signaal
op
twee
sporen
opgenomen
en
gemengd,
wanneer
de
regelaar
INPUT
MIC
(27)
wordt
uitgestuurd.
Er
is
geen
onderscheid,
in
welke
microfoon-ingang
uw
mono-micro-
foon
wordt
gestoken.
Wissen
Het
apparaat
wist
bij
iedere
opname
de
opname
die
oorspron-
kelijk
op
het
betreffende
spoor
stond.
Als
U
een
opname
zon-
der
iets
nieuws
op
te
nemen
wilt
wissen,
speelt
U
de
cassette
in
de
stand
"opname"
af,
waarbij
de
ingangsregelaars
op
“0”
moeten
staan.
Alle
compact-cassettes
hebben
aan
de
achterkant
twee
uitsparingen,
die
door
kunststof
tongen
zijn
afgesloten.
Eigen
opnamen
kunt
U
tegen
ongewenst
wissen
beschermen,
door
de
tongen
te
verwijderen.
Ook
kunt
u
voor
slechts
een
bandrichting
tegen
ongewenst
wissen
beschermen,
door
slechts
een
tong
te
verwijderen
De
linker
tong
beveiligt
de
opname,
die
in
de
looprichting
rechts-om
(
»
(14))
werd
gemaakt,
de
rechter
tong
de
opname,
die
in
de
richting
links-om
(4
(11))
werd
gemaakt.
De
in
de
handel
verkrijgbare
voorbespeelde
cassettes
zijn
reeds
op
deze
manier
tegen
ongewenst
wissen
beschermd.
Om
opnemen
weer
mogelijk
te
maken,
kunt
U
de
uitsparing
overplakken
met
plakband.
Let
U
er
op,
dat
bij
CrO2-cassettes,
de
soms
extra
aanwezige
openingen
niet
worden
afgedekt.
In
cassettedecks
met
automatische
Cr02-omschakeling
worden
in
dat
geval
uw
cassettes
niet
langer
optimaal
afgespeeld.
FADE
EDIT
De
FADE
EDIT-inrichting
(33)
maakt
het
achteraf
langzaam
in-
en
uifaden
van
de
band
opname
mogelijk.
Het
is
mogelijk
storende
invloeden
aan
het
begin
of
eind
van
uw
bandopname
van
een
grammofoonplaat
exact
te
elimineren
en
evenzo
een
opdringerige
“disc-jockey”
decent
op
de
achtergrond
te
dringen.
Daar
FADE
EDIT
gebruikt
wordt
bij
weergave,
kan
alles
via
de
hoofdtelefoon
worden
gecontroleerd.
Dit
is
uiteraard
mogelijk
in
beide
bandloop-richtingen.
Wilt
u
een
bandopname
corrigeren,
dan
zoekt
u
exact
de
plaats
op,
waar
u
de
correctie
graag
gezien
zou
hebben.
Daarna
spoelt
u
de
band
nog
een
klein
stukje
verder
terug
(in
de
zin
van
de
bandlooprichting),
waarna
de
band
in
de
richting
van
de
te
corrigeren
plaats
op
de
band
wordt
gestart.
Druk
nu
de
bovenste
FADE
EDIT
toets
naar
onderen
en
de
onderste
naar
binnen.
Na
een
korte
tijd,
afhankelijk
van
de
gebruikte
bandsoort,
hoort
u
de
uitfading
langzaam
sterker
worden.
Op
den
duur
zal
alle
informatie
van
de
band
worden
gewist,
hetgeen
zo
lang
duurt
als
u
de
beide
toetsen
ingescha-
keld
houdt
Wanneer
de
onderste
toets
wordt
losgelaten,
dan
zal
de
wis-
functie
langzamerhand
afnemen
en
wordt
de
weergave
weer
hoorbaar.
Wilt
u
slechts
dat
laatste
bereiken,
het
langzaam
infaden,
dan
brengt
u
de
band
op
de
gewenste
plaats
en
spoelt
u
de
band
nog
een
klein
stukje
terug,
waarna
u
de
toetsen
PAUSE
en
START
achtereenvolgens
indrukt.
Nu
drukt
u
de
beide
FADE
EDIT
toetsen
als
hiervoor
beschreven
weer
in,
hetgeen
u
enige
seconden
blijft
doen.
Nu
kunt
u
de
pauze-toets
nogmaal
in-
drukken,
waarmee
de
band
gaat
lopen.
Op
dat
moment
laat
u
de
onderste
FADE
EDIT
toets
los.
Na
korte
tijd
zet
het
infaden
in.
De
FADE
EDIT
inrichting
biedt
de
liefhebber
interessante
mogelijkheden.
Het
verloop
van
het
in-
en
uit-faden
zal
van
bandsoort
tot
bandsoort
onderlinge
verschillen
vertonen.
Het
is
daarom
raadzaam
met
elke
bandsoort
eerst
wat
te
oefenen,
waardoor
u
bij
de
eerste
poging
niet
uw
geliefde
bandopname
in
gevaar
zult
brengen.
Afstandbediening
van
het
cassettedeck
Het
cassettedeck
kan
met
behulp
van
de
infra-rood
zender
RC
152
of
RC
154
op
afstand
worden
bediend.
Als
ontvanger
dient
ofwel
de
in
de
versterker
CV
1500
RC
ingebouwde
infra-
rood
ontvanger-eenheid
ofwel
de
separate
ontvanger
RE
120.
Daartoe
wordt
het
cassettedeck
via
de
aan
de
achterzijde
aan-
gebrachte
Cynch-aansluitingen
REMOTE
CONTROL
met
de
bijgeleverd
verbindingskabel
verbonden
aan
de
versterker
CV
1500
RC
of
met
de
ontvanger
RE
120.
Afstand-bedienbaar
zijn
de
funkties
«, »,
«4,
»»,
PAUSE
en
STOP.
Via
de
TIMER-schakeling
van
de
tuner
CT
1540
RC
kan
met
het
cassettedeck
op
elk
willekeurig
tijdstip
een
opname
van
de
radio
worden
gemaakt.
Daartoe
wordt
het
cassettedeck
als
beschreven
voor
opname
gereed
gemaakt
en
aansluitend
de
PAUSE-toets
ingedrukt.
Op
het
moment,
dat
het
cassette-
deck
via
de
tuner
in
werking
wordt
gesteld
lost
de
PAUSE-toets
automatisch
en
wordt
de
opname
gestart.
Aan
het
einde
van
de
met
de
timer
ingestelde
opname
periode
wordt
de
opname
onderbroken,
doordat
de
PAUSE-toets
weer
in
werking
treedt.
Nadere
informatie
omtrend
de
afstand
bediening
vindt
u
in
de
gebruiksaanwijzing
van
de
afstand-bediening
komponenten.
Technische
eigenschappen
Aandrijving
Alle
loopwerk-functies
worden
door
speciaal
ontwikkelde
mic-
ro-processoren
gestuurd
en
bewaakt.
De
loopwerk
opdrachten
worden
via
de
nagenoeg
zonder moeite
te
bedienen
tip-toetsen
als
elektrische
impulsen
overgebracht
en
via
de
logische
scha-
kelingen
vrijgegeven
aan
de
elektro-mechanische
omzetters,
welke
de
stuur-pulsen
omzetten
in
mechanische
functies.
De
aandrijving
van
de
band
en
diens
opwikkeling
vindt
plaats
via
twee
speciaal
ontwikkelde
ijzerloze
precisie-gelijkstroom-
motoren.
In
de
beide
bandloop-richtingen
zijn
twee
kaapstan-
der
assen
werkzaam,
die
met
elkaar
in
verbinding
staan
(closed
loop).
Dit
principe
garandeert
uitnemende
gelijkloop
eigen-
schappen,
ook
na
langer
gebruik.
De
regeling
fan
de
omwenteling
van
de
kaapstander
assen
wordt
met
een
frequentie-generator
gecontroleerd,
waarmee
alle
om-
zetters
mede
tot
de
regelkring
gaan
behoren.
Veranderingen
van
de
aandrijfsnaar
t.g.v.
veroudering
(een
materiaal-bedongen
eigenschap)
worden
daardoor
eveneens
gecompenseerd
Elektronica
Geavanceerde
elektronica
met
deels
speciaal
ontwikkelde
deel-
schakelingen,
als
micro-processoren,
geintegreerde
schakelingen
(IC's)
enz.
geven
het
cassettedeck
niet
slechts
een
overdaad
aan
bedieningsmogelijkheden,
maar
ook
een
kwalitatieve
be-
dieningsveiligheid,
die
de
handhaving
ervan
werkelijk
probleem-
loos
maakt.
Daar
elektronica
niet
aan
slijtage
onderhevig
is,
betekent
dat
niet
anders
dan
een
veiligheid
voor
vele
jaren.
23

Related product manuals