4.7 De machine legen
4.7.1 Machines zonder afvoerpomp
¾ Zet de machine uit. Koppel de elektrische voeding los, sluit het water af.
¾ Verwijder het ingebouwde filter (
Fig.6 A ).
¾ Haal de overloopbescherming weg door hem omhoog te trekken (
Fig.7 B ). Wacht tot de
spoelruimte helemaal leeg is.
Verwijder het filter van de spoelruimte indien nodig en maak hem schoon (
Fig.7 C ).
4.7.2 Machines met afvoerpomp
1. Bij ingeschakelde machine (Fig.4 ) drukt u op de PROGRAMMAKEUZEKNOP (2)
tot het opschrift ‘DRAIN’ verschijnt.
2. Verwijder het ingebouwde filter (
Fig.6 A ).
3. Verwijder de overloopbescherming (
Fig.7 B ), sluit het klepje.
4. Druk op de STARTKNOP (3).
5. Als de machine klaar is, gaat ze uit.
Verwijder het filter van de spoelruimte indien nodig en maak hem schoon (Fig.7 C ).
4.7.3 Machine met gedeeltelijke afvoer: zelfreinigende cyclus en eindafvoer
¾ Haal de mand uit de machine.
¾ Bij ingeschakelde machine (
Fig.4 ) drukt u op de PROGRAMMAKEUZEKNOP (2)
tot het opschrift ‘DRAIN’ verschijnt.
¾ Druk op de STARTKNOP (3).
¾ De machine begint een bijzonder wasprogramma waarmee de spoelruimte gereinigd en
leeggepompt kan worden
¾
Als de machine klaar is, gaat ze uit.
Verwijder het filter van de spoelruimte indien nodig en maak hem schoon (Fig.7 C ).
4.8 De harsen regenereren
4.8.1 Machines met externe waterontharder
Bij de machines met externe waterontharder verschijnt na een bepaald aantal cycli het opschrift ‘SOFT.
MAINT.’ op het display om aan te geven dat de externe waterontharder onderhoud nodig heeft en dat de
harsen moeten worden geregenereerd.