Wanneer u de elektrische scooter oplaadt, let aandachtig op de volgende punten:
1. Zorg ervoor dat u de scooter in
een droge en schone omgeving
oplaadt, dat de ingangsspanning
ligt tussen 110V en 240V en dat de
oplaadkabel correct is aangesloten
op de laadpoort. Het rode lampje
geeft aan dat de scooter aan het
opladen is.
2. Wanneer het lampje groen kleurt, is
de batterij opgeladen.
3. Schakel de scooter niet in tijdens
het opladen voor uw veiligheid.
4. Als het opladen voltooid is,
verwijder de lader van de scooter.
5. Verwijder na het opladen ook de
lader van het stopcontact. Zorg
ervoor dat de lader niet valt of
ergens tegen botst omdat dit intern
beschadigingen kan toebrengen.
Voorzorgsmaatregelen bij het opladen
1. Onderhoud van de batterij : Om
de levensduur van de batterij
te vergroten, laad de batterij
op wanneer deze bijna leeg is
(Opmerking : wanneer de step
voor lange tijd niet gebruikt wordt,
laad de batterij éénmaal per
maand op). De meest geschikte
opslagtemperatuur van de batterij
is tussen 15°C en 25°C. Wanneer de
omgevingstemperatuur hoger dan
40°C is, gebruik de scooter niet.
Plaats de scooter ook niet in een
omgeving met een temperatuur
hoger dan 40°C om te voorkomen
dat de lithiumbatterij beschadigd
raakt en zelfs in brand vliegt. Laat
de scooter in de zomer (of bij warm
weer) voor dezelfde redenen niet
achter in de wagen.
2. Bandenonderhoud : Om de
levensduur van de banden te
vergroten, controleer regelmatig de
banden van de scooter. In het geval
van een defect, dient u de band(en)
op tijd te repareren of te vervangen
om onnodige schade tijdens het
rijden te voorkomen.
3. Uitzicht: Reinig de scooter
met water of met een mild
reinigingsmiddel. Gebruik
geen industriële of agressieve
reinigingsmiddelen of chemicaliën
om te reinigen.
Onderhoud
33
GebruikershandleidingNederlands