NEDERLANDS
51
Voor aandrijvingen met het CSA-UL-keurmerk is het verplicht de condensator stabiel te
bevestigen in een houder met CSA-UL-keurmerk, om de homologatie te handhaven.
9) Sluit de vleugel en zoek het bevestigingspunt van
de voorste beugel op terwijl u de aandrijving
perfect horizontaal houdt (fig.12).
10) Bevestig de voorste beugel voorlopig met twee
laspunten (fig.12).
Nota bene: als de beugel niet stevig aan de
constructie van de poort kan worden vastgezet,
moet er een stevige ondergrond op de constructie
van de poort worden aangebracht.
11) Ontgrendel de aandrijving (zie par. 6) en
controleer met de hand of de poort helemaal en
ongehinderd open kan gaan en stopt tegen de
mechanische eindaanslagen, en of de beweging
van de vleugel regelmatig en zonder wrijvingen
verloopt.
12) Voer de nodige correcties uit en herhaal de
handelingen vanaf punt 8.
13) Maak de aandrijving tijdelijk los van de voorste
beugel en las de beugel definitief.
Als het vanwege de constructie van de vleugel niet
mogelijk is de beugel te lassen, kan de speciale, met schroeven bevestigde beugel (optie)
worden gebruikt. Gebruik hiervoor geschikte bevestigingssystemen (fig. 13). Ga vervolgens te werk zoals wordt beschreven voor
de beugel die wordt gelast.
Nota bene: het is raadzaam alle bevestigingspennen van de bevestigingen in te vetten.
4.5. Bedrading van de aandrijving
Aan de onderkant van de aandrijving zit een klemmenbord voor aansluiting van de motor, de eventuele
eindschakelaars en de aarding van de aandrijving.
LET OP: voor de verbinding van de motor moet de bijgeleverde kabel worden gebruikt voor het
verplaatsbare gedeelte of anders een verplaatsbare kabel voor buiten.
Doe het volgende voor de bekabeling van de motor:
1) Maak een van de twee voorgeperforeerde gaten in het bijgeleverde deksel open, fig. 14. Bij
aandrijvingen met eindschakelaars moeten beide gaten worden opengemaakt.
2) Monteer de bijgeleverde kabelklem.
3) Maak de verbindingen met de motor en de aarding, zie hiervoor fig. 15 en de tabel.
4) Sluit het deksel met de vier bijgeleverde schroeven, fig.16.
)~V511(~V032LARTSIM
.SOP RUELK GNIVJIRHCSEB
1 )knalB(wualBekjileppahcsneemeG
2 )tooR(niurB1esaF
3 )trawZ(trawZ2esaF
T
neorG/leeG
)neorG(
gnidraA
cdV42LARTSIM
.SOP RUELK GNIVJIRHCSEB
1 wualB1esaF
2 tkiurbegteiN/
3 niurB2esaF
T tkiurbegteiN/
Fig. 14
Fig. 15
Fig. 12 Fig. 13
Fig. 16