48
49
Materiaal
Uitstroomsnelheid
in seconden
Verf op waterbasis & emulsies 25-50
Glanzende lakken,
gekleurde lakken met
oplossingsmiddelen
of oplosbaar in water
45-50
Lakken Onverdund
Primers 45-50
Impregneermiddelen voor
hout zonder verdunnende
kleurstoffen, oliën,
ontsmettingsmiddelen
of plantbeschermings-
producten
Onverdund
Als het materiaal moet worden verdund
Om de juiste verdunner te kiezen, moet u controleren
of het materiaal op water- of oliebasis is. Gebruik
een verdunner op waterbasis voor de verf op
waterbasis. Gebruik een verdunner op oliebasis voor
de verf op oliebasis.
1. Begin met een 10% verdunning van het
verfmateriaal. Vul hiervoor de container van het
apparaat met de benodigde hoeveelheid verf of
lak. De meegeleverde trechter heeft een inhoud
van 1 dl. Sluit het gat en vul het met de gewenste
hoeveelheid verf of materiaal.
2. Voeg verdunner toe aan de verf en schud. Meet
vervolgens opnieuw de viscositeit. Als het
spuitmateriaal meer moet worden verdund,
verdun dan nog eens 5% (5% komt overeen met
de helft van de trechter) met de betreffende
verdunner en meet de viscositeit opnieuw. Indien
nodig de verf verder verdunnen en het proces
herhalen tot de juiste viscositeit is bereikt.
TIP: zet een kleine hoeveelheid verf opzij om terug
toe te voegen aan de al voorbereide verf als deze te
verdund is.
Opmerking: mogelijk moet u het materiaal filteren
om onzuiverheden uit de verf te verwijderen die
het systeem kunnen binnendringen en verstoppen.
Onzuiverheden in de verf leiden tot slechte
prestaties en een slecht resultaat. Gebruik geen
gehalogeneerde koolwaterstofoplosmiddelen
zoals bleekmiddel, fungiciden, methyleenchloride
en 1.1.1-trichloorethaan bij het schilderen van
aluminium.
Vullen van het apparaat
1. Zorg ervoor dat de stekker uit het stopcontact is
en dat de schakelaar op OFF staat.
2. Schroef de container los van het apparaat.
3. Nadat u het materiaal goed hebt verdund, vult u
de container tot de bovenkant van de hals.
BELANGRIJK: overschrijd nooit het maximale
vulniveau van 800 ml.
4. Schroef de container er dan voorzichtig weer op.
Uitlijning van de aanzuigpijp
(zie afbeelding #5 + #6)
Telkens wanneer de verfspuit wordt gebruikt, moet
de zuigpijp in de container worden geplaatst.
• Bij neerwaarts spuiten moet het schuine uiteinde
van de zuigpijp naar voren gericht zijn. (zie
afbeelding #5)
• Bij omhoog spuiten moet het schuine uiteinde van
de zuigpijp naar de achterkant van het spuitpistool
wijzen. (zie afbeelding #6)
OPMERKING: als u de zuigpijp in de juiste richting
plaatst, hoeft u de container minder vaak bij te
vullen.
Spuitpatroon
Het apparaat heeft drie verschillende
sproeipatronen: verticaal, horizontaal en precies.
De verticale en horizontale patronen worden
aanbevolen voor grote oppervlakken, terwijl het
precisiepatroon wordt aanbevolen voor kleine
objecten of voor gebieden die moeilijk toegankelijk
zijn (zoals hoeken) wordt gebruikt.
OPMERKING: probeer elk spuitpatroon uit om te zien
welk het beste werkt voor uw doeleinden.
Zo past u het patroon/de modus aan:
1. Vergewis u ervan dat het apparaat uitgeschakeld
is.
2. Draai de wartelmoer los door deze linksom te
draaien. (zie afbeelding #7)
3. Pas de positie van de multi-positie regelaar aan
om verticale, horizontale of precisiepatronen te
spuiten.
4. Draai de wartelmoer vast.
BELANGRIJK: start niet zonder de wartelmoer te
hebben afgesteld.
Instellen van de modi: (zie afbeelding #8)
• VERTICAAL PATROON / Verticale modus: maakt
een zijdelingse beweging.
• HORIZONTAAL PATROON / Horizontale modus:
maakt eem op- en neerwaartse beweging.
• PRECISIEPUNT / Precisiepunt modus: voor de
detailwerkzaamheden.
INTENSITEITSINSTELLING
Met de intensiteitsinstelling kun u de kleurstroom