130
behuizing van de compressor om deze procedure te versnellen. Tap olie op een veilige
manier uit het systeem af.
Technische gegevens van de zekering van het apparaat
A. Opslag
1: Draai de afvoerdop los, verwijder de waterstop en kantel het apparaat om alle water
uit het waterreservoir af te voeren.
2: Schakel het apparaat in, stel het in op de lage windmodus en houd het apparaat
ingeschakeld totdat de afvoerbuis droog is. De binnenkant van het apparaat wordt
gedroogd zodat schimmelvorming wordt vermeden.
3: Schakel het apparaat uit, haal de stekker uit het stopcontact en wikkel het snoer rond
de snoerhouder. Breng de waterstop en de afvoerdop opnieuw aan.
4: Verwijder de afvoerbuis en bewaar het op een veilige plaats.
5: Dek de airconditioner af met een plastic tas. Berg de airconditioner op in een droge
ruimte en houd het buiten het bereik van kinderen en stof.
6: Haal de batterijen uit de afstandsbediening en bewaar ze op een veilige plaats.
Opmerking: berg het apparaat op in een droge ruimte en bewaar alle onderdelen op een
veilige plaats.
IX. Probleemoplossing
Repareer of demonteer de airconditioner niet zelf. Een ongeoorloofde reparatie zal
de garantie ongeldig maken, en kan letsel aan de gebruiker of schade aan
eigendommen veroorzaken.
Problemen Oorzaken Oplossingen
De
airconditioner
werkt niet.
Er is geen elektriciteit.
Steek de stekker in een gepast
stopcontact en schakel de
airconditioner in.
De overstromingsindicator geeft
"FL” weer.
Voer het water in het waterreservoir af.
De omgevingstemperatuur is te
laag of te hoog.
Het is aanbevolen om het apparaat bij
een temperatuur tussen 7-35 °C
(44-95 °F) te gebruiken.
In de koelmodus is de
kamertemperatuur lager dan de
ingestelde temperatuur; In de
verwarmingsmodus is de
kamertemperatuur hoger dan de
ingestelde temperatuur.
Wijzig de ingestelde temperatuur.
NL