NL
Problemen Oorzaken Oplossingen
De
airconditioner
werkt niet.
Er is geen elektriciteit.
Steek de stekker in een gepast
stopcontact en schakel de airconditioner
in.
De overstromingsindicator geeft
"FL” weer.
Voer het water in het waterreservoir af.
De omgevingstemperatuur is te
laag of te hoog.
Het is aanbevolen om het apparaat bij
een temperatuur tussen 7-35 °C (44-95
°F) te gebruiken.
In de koelmodus is de
kamertemperatuur lager dan de
ingestelde temperatuur; In de
verwarmingsmodus is de
kamertemperatuur hoger dan de
ingestelde temperatuur.
Wijzig de ingestelde temperatuur.
In de ontvochtigingsmodus is de
omgevingstemperatuur te laag.
Het apparaat bevindt zich in een kamer
met een omgevingstemperatuur hoger
dan 17 °C (62 °F).
De
koelprestaties
zijn
onvoldoende.
Er is direct zonlicht. Doe de gordijnen dicht.
Deuren of ramen zijn open, er zijn
veel mensen in de kamer. Of in de
koelmodus zijn er andere
warmtebronnen in de ruimte
aanwezig.
Sluit de deuren en ramen en voeg een
andere airconditioner toe.
Het filterscherm is vuil. Reinig of vervang het filterscherm.
De luchtinlaat of -uitlaat is verstopt. Verwijder de obstakels.
Veel lawaai
De airconditioner is niet op een
vlakke ondergrond geplaatst.
Plaats de airconditioner op een vlakke en
harde ondergrond (om het lawaai te
beperken).
De compressor
werkt niet.
Beveiliging tegen oververhitting
werd geactiveerd.
Wacht 3 minuten totdat de temperatuur is
afgenomen en schakel het apparaat
opnieuw in.
De
afstandsbedien
ing werkt niet.
De afstand tussen het apparaat en
de afstandsbediening is te groot.
Breng de afstandsbediening dichter bij de
afstandsbediening en zorg dat de
afstandsbediening direct naar de
ontvanger op de airconditioner is gericht.
De afstandsbediening bevindt zich
niet op één lijn met de ontvanger
op de airconditioner.
Batterijen zijn leeg. Vervang de batterijen.
'E1’ wordt
weergegeven.
De buis-temperatuursensor werkt
niet zoals het hoort.
Controleer de buis-temperatuursensor en
de verbonden schakelingen
'E2’ wordt
weergegeven
De kamer-temperatuursensor geeft
een storing aan.
Controleer de kamer-temperatuursensor
en de verbonden schakelingen