EasyManua.ls Logo

Hobby Easy Breeder - Page 18

Hobby Easy Breeder
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
18
Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG · Otto-Hahn-Str. 9 · 53501 Gelsdorf · Germany · www.dohse-terraristik.com
5.2.4 Stel met de pijl - toetsen de gewenste onderste alarmwaarde in. Het instelbereik bedraagt 20 50° C. In te stellen in stappen van 0,1° C.
5.2.5 Druk nogmaals op de toets menu om af te sluiten.
Voorbeeld: Wanneer u de bovenste temperatuurgrens op 28,2° C ingesteld heeft en de onderste op 27,4° C,
dan kunt u ook alleen binnen dit bereik de temperatuur als beschreven onder punt 2 instellen.
6. Terugzetten van de dagteller:
6.1 Der Easy Breeder beschikt over een ingebouwde dagteller (op het display
„Day“ genoemd). Zo kunt u altijd zien, hoe lang de eieren al in de
incubator zijn. Om de dagteller terug te zetten, houdt u de
toets Reset enkele seconden lang ingedrukt. Zodoende springt de teller terug naar „O“.
7. Nuttige tips/de juiste omgang met de eieren/rijpingstabel
7.1 Nuttige tips:
· Gebruik de Easy Breeder in een ruimte met gelijkblijvende temperatuur, omdat temperatuurschommelingen van buitenaf invloed op de temperatuur in
het broedapparaat kunnen hebben. De plaats van opstelling moet ver van warmtebronnen vandaan en zonder bestraling door de zon zijn. Let op een
horizontale, vrije stand, vrij van vibraties of trillingen, waar de luchttoevoer niet beperkt wordt.
· Voor het inregelen van de temperatuur zijn afhankelijk van de ruimte- en streeftemperatuur, sensorpositie en het aantal schaaltjes met
incubatiemateriaal onder bepaalde omstandigheden enkele uren nodig. Om ervoor te zorgen dat het incubatiemateriaal de warmte goed opnemen kan,
raden wij aan het apparaat een dag lang zonder uit te broeden eieren te gebruiken.
·
Doe na deze dag de eieren in de schaaltjes. Door het openen van de Easy Breeder evenals door het aantal en de eigen temperatuur van de uit te broeden
eieren kan er een daling, langzame stijging of kunnen schommelingen van de temperatuur ontstaan. Verander in die tijd de programmering alstublieft niet!
· Ook tijdens het incubatieverloop kunnen lichte schommelingen van de temperatuur en de luchtvochtigheid optreden. Dit is afhankelijk van de
ruimtetemperatuur, het aantal incubatieschaaltjes met eieren, het incubatiemateriaal en de luchtvochtigheid van de ruimte. Dit heeft geen schadelijk
effect op het incubatieverloop. Ook in de natuur heerst er geen constante temperatuur.
· Algemeen geldt, dat u de Easy Breeder alleen moet openen als dit nodig is (om naar de eieren te kijken of om ontbrekende vloeistof bij te vullen), zodat
een gelijkblijvend klimaat gewaarborgd kan worden.
Experttip: Het is raadzaam, zelfs bij een enkel legsel, de incubator met boxen voor de heimpjes of andere reservoirs uit te rusten en deze te vullen
met een vochtig substraat als Vermiculit, aarde of iets dergelijks. Dit verhoogt de warmtecapaciteit van het hele systeem duidelijk en houdt
temperatuurschommelingen laag. Bovendien wordt in geval van stroomuitval in de incubator de temperatuur aanzienlijk langer vastgehouden.
7.2 De juiste omgang met de eieren:
· Het bebroeden van de eieren in de Easy Breeder dient ertoe, om onder gecontroleerde en optimale omstandigheden een zo hoog mogelijk
uitkomstpercentage te bereiken en om de eieren tegen invloeden van buitenaf te beschermen.
· Verzamel de eieren pas, wanneer de vrouwtjes helemaal klaar zijn met leggen. Daarmee voorkomt u, dat de vrouwtjes door stress soms in legnood
raken.
· Haal de eieren na de leg uit het terrarium. Daarbij moeten deze absoluut in dezelfde positie in het broedsubstraat (b.v.: Vermiculit art. nr.: 36320 en
36325) gelegd worden, als dat de weggenomen zijn, om verplaatsing van de eipolen (reptieleneieren hebben geen hagelsnoer zoals vogeleieren dat
hebben) te voorkomen. Dit zou tot het afsterven van de foetus kunnen leiden.
· Indien u de eieren wilt kenmerken, wacht daar dan mee tot ze zijn uitgehard om schending van het nog zachte eiomhulsel te voorkomen. In principe
moeten alle eieren voorzichtig worden behandeld.
· Een belangrijke rol bij de ontwikkeling van reptieleneieren speelt de vochtigheid van het broedsubstraat. Hier geldt de regel, dat zachtschalige eieren een
grotere vochtigheidsbehoefte hebben dan hardschalige. Een te geringe substraatvochtigheid zou vocht aan de eieren onttrekken en door het vochtverlies
leiden tot het afsterven van het zich ontwikkelende dier.
· Als goed broedsubstraat bevelen wij Vermiculit (b.v.: Vermiculit art. nr.: 36320 en 36325) aan. Bij dit broedsubstraat kan de substraatvochtigheid via het
toedienen van water en door de korrelgrootte gestuurd worden. Fijnkorrelige Vermiculit (b.v.: Vermiculit 0 4 mm art. nr.: 36320) is aan te bevelen voor
kleine en zachtschalige eieren. Grover Vermiculit (b.v.: Vermiculit 3 6 mm art. nr.: 36325) is eerder aan te bevelen voor grote en hardschalige eieren.
· Controleer regelmatig de vochtigheid van het broedsubstraat. Doseer indien nodig het water direct in het broedsubstraat en niet over de eieren.
· Het tijdstip van uitkomen kan ook binnen een legsel heel verschillend zijn. Dit verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de temperatuur en de verschillen in vochtigheid.
7.3 Rijpingstabel: De volgende tabel bevat voedings- en richtwaarden van enkele soorten reptielen.
Dit garandeert geen kweeksucces!
Broedtemperatuur in °C Duur van de incubatie:
kolonistenagaam Agama Agama 30 ca. 60 – 70 dagen
gewone (groene) ameiva Ameiva Ameiva 30 ca. 130 dagen
roodkeelanolis Anolis carolinensis 27 – 30 ca. 40 – 60 dagen
ridderanolis Anolis equestris 27 – 30 ca. 70 – 100 dagen
bruine anolis Anolis sagrei 27 – 30 ca. 40 – 60 dagen
groene basilisk Basiliscus plumifrons 30 ca. 55 – 65 dagen
gestreepte basilisk Basiliscus vittatus 30 ca. 50 – 70 dagen
Fischers kameleon Kinyongia fisheri oplopend van 17, 22 und 25 ca. 300 dagen
tweehoornkameleon Kinyongia tavetanum overdag 22 23, 's nachts 18 ca. 140 dagen
jemenkameleon Chamaeleo c. calyptratus 28 ca. 180 dagen

Related product manuals