EasyManua.ls Logo

LIMIT 310 - Page 60

LIMIT 310
132 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
58
BEDIENING
Om onjuiste meetwaarden te voorkomen, vervangt u de batterij direct als het symbool
voor lage batterijspanning verschijnt. Let ook op het waarschuwingssymbool
naast de ingang van de testkabel om te controleren of de geteste spanning of stroom de
waarden op de meter niet overschrijdt.
De meter schakelt automatisch uit als deze 15 minuten niet wordt gebruikt. Je kunt de
meter “wekken” door een willekeurige toets in te drukken. Om automatisch afsluiten uit
te schakelen, zet u de schakelaar in de OFF-stand, houdt u de HOLD-knop ingedrukt en
schakelt u de meter in.
1. AC/DC spanningsmeting (zie afbeelding B)
1.1 Zet de schakelaar op “
V~
” voor AC-spanning of op “
V
” voor DC-spanning.
1.2 Steek de zwarte testkabel in de COM-ingang en de rode testkabel in de “V
mA”-
ingang. Sluit de testkabels parallel aan op het testobject.
Opmerking:
Meet geen spanning boven de 250 V rms: dit kan gebruikers blootstellen aan een
elektrische schok en de meter beschadigen. Als het bereik van de spanning die gemeten
moet worden onbekend is, selecteert u het max. bereik en schakelt u vervolgens om
naar een lager bereik.
Let extra op bij het meten van hoogspanning om een elektrische schok te voorkomen.
Voordat u de meter gaat gebruiken, raden we u aan een om ter controle een bekende
spanning te meten.
2. Temperatuurmeting (zie afbeelding D)
2.1 Zet de schakelaar op temperatuurmeting.
2.2 Steek het K-thermokoppel in de meter en breng de temperatuursonde aan op het
meetobject. Lees de waarde af zodra deze zich stabiliseert.
Opmerking:
Alleen het K-thermokoppel is van toepassing. De gemeten temperatuur moet
minder dan 250°C/482°F bedragen.
Ingangsspanning
250 V (AC/DC), zoemer blijft continu hoorbaar om aan te geven
dat het meetbereik de grens heeft bereikt.
Ingangsstroom > 10 A (AC/DC), zoemer blijft continu hoorbaar om aan te geven dat
het meetbereik de grens heeft bereikt.
1 minuut voordat de meter automatisch wordt uitgeschakeld, klinken er 5 pieptonen.
Voor het uitschakelen klinkt er één lange pieptoon.
Waarschuwingen lage batterijspanning:Batterijspanning < 2,5 V, symbool verschijnt
en knippert om de 6 seconden gedurende 3 seconden. Bij een lage batterijspanning
functioneert de meter nog wel. Batterijspanning < 2,2 V, verschijnt het symbool
onafgebroken en werkt de meter niet.
NL

Related product manuals