9
BEDIENING
1. LUIDSPREKERS
Luidsprekers om het geluid van de afgespeelde muziek weer te geven. Het geluidsniveau wordt bepaald aan de hand van
de volume-instelling.
2. POWER
Deze knop indrukken om het keyboard aan/uit te zetten.
3. HOOFDVOLUME
Druk op [Master Vol +] of [Master Vol -] om het hoofdvolume hoger of lager te zetten. Het keyboard heeft 9 volumeniveaus
van 00 tot 08.
4. RHYTHM VOLUME
Druk op [Rhythm vol +/-] om het ritmevolume hoger of lager te zetten. Het standaardvolume is 06. Druk tegelijkertijd op
beide toetsen [Rhythm vol +/-] om het standaardvolume van het ritme automatisch te herstellen.
5. FINE TUNING
Druk op de toetsen fine tuning [+ of -] om de toon op microniveau te regelen binnen het bereik van +/- 99 niveaus tussen de
twee verbindingstonen. Blijf op de toetsen [+ of -] drukken om de niveaus te verhogen of verlagen. Druk tegelijkertijd op
beide toetsen [+/-] om terug te keren naar het oorspronkelijk ingestelde niveau.
6. TRANSPOSE
Druk op de [Transpose + of -] toetsen om de Transpose-waarde +/- 6 niveaus te verhogen of te verlagen en de toonhoogte
van het hele keyboard in halve toonafstanden omhoog of omlaag te verschuiven. Druk tegelijkertijd op de
[Transpose + of -] toetsen om weer terug te keren naar de standaardstatus van de keyboardtoon.
7. SINGLE CHORD
Druk op de [Start/Stop] toets om de automatische begeleiding te starten. Druk vervolgens op de [Single chord] toets om
de 1 vinger begeleiding te starten. Druk op een willekeurige toets van de linker 19 toetsen om het ritme te starten. Druk op
een andere toets van het linker toetsenbord om een ander akkoord te selecteren. De toets die je indrukt bepaalt altijd de
grondtoon van het akkoord dat je speelt. Druk nogmaals op de [Start/Stop] toets om het effect te beëindigen.
8. FINGER CHORD
Druk op [Start/Stop] om de automatische begeleiding te starten. Druk op de [Finger chord] toets om de vingerbegeleiding
te starten. Druk op een willekeurige toets van de linker 19 toetsen om het ritme te starten. Druk op een andere toets van het
linker toetsenbord om een ander akkoord te selecteren. Zodra je een willekeurig akkoord in het begeleidingsgedeelte van
het keyboard speelt, zal het akkoord samen met het ritme automatisch beginnen te spelen. De toets die je indrukt zal altijd
de begintoon van het gespeelde akkoord bepalen. Druk nogmaals op de [Start/Stop] toets om het effect te beëindigen.
9. LOW CHORD
Druk op de [Low chord] toets om het basseffect te veranderen.
10. CHORD CLEAR
Druk op de [Chord clear] toets om de begeleiding via akkoorden te beëindigen, het ritme zal verder spelen.
11. START/STOP
Druk op deze toets om de geselecteerde programma’s te starten of te stoppen.
12. SYNC
Druk op de [SYNC] toets in de ritme modus. Speel een willekeurige toets in de akkoord toets zone af (de 1ste-19de toets,
van links) om het begeleidingsritme te activeren.
13. FILL IN
Druk op de [FILL-IN] toets om een variatie toe te voegen aan het ritme. De gespeelde opvulling wordt bepaald door het
gekozen begeleidingsritme. Na de opvulling wordt het gekozen begeleidingsritme verder gespeeld.
14. INTRO/ENDING
Druk op de [Intro/Ending] toets voordat het ritme is gestart, het keyboard zal een intro van een bepaalde lengte uitvoeren,
waarna deze terugkeert naar het relatieve normale ritme. Druk op de [Intro/Ending] toets nadat het ritme is gestart, het
keyboard voert een relatief eind uit om te stoppen.
15. BEAT
Er zijn 4 soorten beatstemmen opgeslagen op het keyboard: 1/4 beat, 2/4 beat, 3/4 beat en 4/4 beat. Druk tegelijkertijd op
de [BEAT] toetsen voor de verschillende beats.
16. TEMPO
Druk op de [Tempo +] of [Tempo -] toetsen om de snelheid van het ritme te verhogen of te verlagen.