Draadloze netwerken
Activeer voordat u een in ternettoepassing start de Wi-Fi-aansluiting en stel het
Wi-Fi-netwerk in.
Druk op het pictogram Toepassingen > Instellingen > Draad loze 1.
netwerken. Selecteer Wi-Fi en selecteer Inschakelen.
Het apparaat zoekt automatisch naar beschikbare netwerken en geeft 2.
deze
weer in het rechter venst er.
Kies een netwerk uit de lijst en druk op Verbinding maken. Wanneer het 3.
geselectee rde netwerk wordt beschermd met een WEP-prot ocol, voert u
de beveiligingsc ode in en drukt u op Verbinding maken. Als de verbind-
ing wordt gemaakt, wordt
het bericht V erbonden met (naam van netwerk)
weergegeven op het scherm.
3G-netwerken (Optioneel)
Het 3G-signaal is alleen actief wanneer u zich in een 3G- of EDGE-netwerk-
zone bevindt.
Schakel het apparaat uit > Plaats de SIM-kaart in de aansluiting > Schakel het
appa raat in > Voer indien nodig de PIN-code van de SIM-kaart in. Het appa-
raat
maakt verbinding met de netwerken van uw mobiele provider.
Neem contact op met de provider wanneer het netwerk niet beschikbaar is
en informeer naar verbindingsparameters. Selec teer vervolgens Draadloze
verbindingen in het menu Instellingen > Parameters van mobiel netwerk >
>Net werk provider. Selcteer u
w provider. Selec teer het toega ngspunt en
voer de juiste verbindingsparameters in.
Bluetooth (Optioneel)
Druk op het pictogram Instellingen > Selecteer draadloze netwerken/Bleu-
too th > raak het pictogram Inschakelen aan . Het ap paraat maakt automatisch
verbinding met alle bes chikb are netwerken binnen het Bluetooth-bereik.
Selec teer een van de apparaten en start een gegevensoverdracht .
23