NL
40
PROBLEEMOPLOSSING
Probleem Oorzaak Oplossing
Het product werkt, maar
levert geen vloeistof.
Lucht in de pomp.
Zie het hoofdstuk over de
voorbereidingen.
Er komt geen lucht uit aan de
uitlaatzijde.
Open de kraan aan de uitlaatzijde.
Het product werkt niet of valt
plots stil tijdens het bedrijf.
Stroomvoorziening
onderbroken.
Controleer zekeringen en
aansluitingen.
De oververhittingsbeveiliging
wordt geactiveerd en
schakelt het product uit.
Haal de stekker uit het
stopcontact, laat het product
aoelen en reinig het
aanzuigsysteem. Voorkom
droogloop.
De motor start opnieuw
onmiddellijk na uitschakeling.
De druk in het systeem daalt
snel.
Controleer alle aansluitingen
en dichtingen, en controleer de
wateruitlaat. Zelfs een zeer klein
lek heeft een negatieve impact op
het bedrijf.
Te lage luchtdruk in de
opslagtank.
Pas de luchtdruk in de opslagtank
aan tot 2,0 bar.
De terugslagklep sluit niet
goed.
Controleer de terugslagklep aan
de aanzuigzijde.
Het membraan in het
drukvat is beschadigd.
Vervang het membraan.
De getransporteerde
hoeveelheid vloeistof is klein.
De inlaatlter is vuil of de
terugslagklep sluit niet goed.
Reinig de inlaatlter of de
terugslagklep.
De getransporteerde
hoeveelheid vloeistof is
aankelijk van de totale
opvoerhoogte en de
uitvoering van de leidingen.
De maximaal toegestane
opvoerhoogte mag niet worden
overschreden conform het
hoofdstuk over de technische
gegevens. Gebruik eventueel
leidingen met een andere
diameter en/of lengte.
De voorlter is vuil.
Verwijder de voorlter en reinig
deze onder stromend water.
Trilgeluiden wanneer het
water eruit stroomt.
Het membraan in het
drukvat trilt.
Het geluid tijdens het bedrijf
kan worden verminderd door
de luchtdruk in de opslagtank te
verminderen.