NL
113
E3 Geblokkeerde maairotor. 1. Schakel de robotgrasmaaier uit.
2. Draai de robotgrasmaaier ondersteboven
en controleer of er een vreemd voorwerp de
rotatie van de maairotor verhindert.
3. Verwijder eventuele obstakels.
4. Draai de robotgrasmaaier met de juiste
kant naar boven, verplaats deze naar een
gebied met kort gras of pas de maaihoogte
aan.
5. Druk op de schakelaarknop. Druk
vervolgens op START en OK.
E4 Geactiveerde obstakeldetectie
niet hersteld.
1. Schakel de robotgrasmaaier uit.
2. Verplaats de robotgrasmaaier naar een
gebied zonder obstakels.
3. Verwijder het loshangende deksel en
controleer of de cilindrische magneten
vrij kunnen bewegen. Verwijder eventuele
belemmerende voorwerpen en plaats het
deksel terug.
4. Druk op de schakelaarknop. Druk
vervolgens op START en OK.
E5 De robotgrasmaaier maakt
geen contact met de
ondergrond.
1. Schakel de robotgrasmaaier uit.
2. Verplaats de robotgrasmaaier naar een
gebied zonder obstakels.
3. Druk op de schakelaarknop. Druk
vervolgens op START en OK.
4. Als de fout zich blijft voordoen, schakel
dan de robotgrasmaaier uit en draai deze
ondersteboven. Controleer of er geen
vreemde voorwerpen verhinderen dat het
voorwielscharnier zich vrij kan bewegen.
5. Verwijder eventuele obstakels, draai de
robotgrasmaaier met de juiste kant naar
boven en druk op de schakelaarknop. Druk
vervolgens op START en OK.
E6 Geactiveerde rotatiesensor. Draai de robotgrasmaaier met de juiste kant
naar boven. Druk vervolgens op START en OK.