NL
114
E7 Geactiveerde hellingsensor. 1. Schakel de robotgrasmaaier uit.
2. Verplaats de robotgrasmaaier naar een
vlakke, horizontale ondergrond.
3. Druk op de schakelaarknop. Druk
vervolgens op START en OK.
E8 Docken in het laadstation
mislukt.
1. Controleer of er minstens 1 m rechte en
onbelemmerde grensdraad voor en achter
het laadstation is. Dit is vereist voor een
correcte docking.
2. Het laadstation moet op een vlakke en
horizontale ondergrond worden geplaatst.
Het station mag niet worden geïnstalleerd
op een helling of op een ondergrond die de
bodemplaat doet doorbuigen.
3. Dock de robotgrasmaaier manueel in
het laadstation. Waneer de accu volledig is
opgeladen, drukt u op START en OK.
BP Te hoge of te lage temperatuur
van de accu.
1. Controleer de temperatuur van de accu. Als
de accu na gebruik te warm is, moet u deze
laten aoelen. Als de accu te koud is, wacht
dan tot deze minstens tot 5 °C is opgewarmd.
Druk vervolgens op START en OK.
2. Vervang de accu als de fout zich blijft
voordoen. Druk op de schakelaarknop. Druk
vervolgens op START en OK.
3. Neem contact op met uw dealer als de fout
zich opnieuw voordoet.
EE Onbekende fout. Druk op de schakelaarknop. Druk vervolgens
op START en OK. Neem contact op met uw
dealer als de fout blijft bestaan.