Nederlands
56
Opladen
WAARSCHUWING!
In geval van nood sluit u de netspanning door de stekker uit het
stopcontact te trekken.
Het aansluiten van een accu
1. Controleer of de accu-oplader is uitgeschakeld. De schakelaar op het paneel
moet in de 0-positie zijn.
2. Controleer de bedrading en de adapter om zeker te zijn dat deze niet zichtbaar
zijn beschadigd.
3. Sluit de accu aan op de accu-oplader.
4. Start de accu-oplader. Zet de schakelaar op het paneel in de positie 1. Een gele
LED brandt.
5. Zodra de accu volledig is opgeladen, gaat er een groene LED branden. De accu
gaat over op onderhoudsoplading.
Opmerking!
De groene LED zal niet onmiddellijk gaan branden als er een volledig opgeladen
accu wordt aangesloten. Dit kan tussen de 0 en 2 uur duren.
Het verwijderen van een accu
1. Zet de accu-oplader uit. Zet de schakelaar op het paneel in de positie 0.
LET OP!
De accu-oplader moet uitgeschakeld zijn als u de accu verwijdert. Als u de
accu tijdens een oplaadperiode verwijdert, worden de contacten in de
oplaadhandschoen beschadigd en kan zich vonkformatie ontstaan. Dit kan
een watergasexplosie veroorzaken.
2. Verwijder de accu van de accu-oplader.
Display en toetsenbord
Over het algemeen toont de display de spanning en het voltage van de oplader,
evenals elk foutbericht tijdens oplaadprocedures.
Gegevens en testresultaten voor afmetingen worden tijdens het opladen
opgeslagen. Deze zijn via een menusysteem voor onderhoudsbehoeften bereikbaar.
Het menusysteem wordt in de technische beschrijving weergegeven.