3130
DG 30 E DGL 30 E DGL 34
NEDERLANDS
inzetgereedschap te blijven.
Draag persoonlijke beschermende uitrusting.
Gebruik afhankelijk van de toepassing een volledige
gezichtsbescherming, oogbescherming of
veiligheidsbril. Draag voor zover van toepassing een
stofmasker, een gehoorbescherming,
werkhandschoenen of een speciaal schort dat kleine
slijp- en materiaaldeeltjes tegenhoudt.
Let erop dat andere personen op een veilige afstand
van de werkplek blijven. Iedereen die de werkplek
betreedt, dient persoonlijke beschermingsmiddelen te
gebruiken.
Houd het apparaat alléén aan de geïsoleerde
grijpvlakken vast, wanneer u werkzaamheden uitvoert
waarbij het snijgereedschap verborgen stroomleidingen
of de eigen apparaatkabel zou kunnen raken.
Houd het elektrische gereedschap goed vast als u
het inschakelt.
Gebruik indien mogelijk spanklemmen om het
werkstuk te fi xeren. Houd een klein werkstuk nooit met
een hand vast terwijl u het met het gereedschap in de
andere hand bewerkt.
Houd de stroomkabel uit de buurt van draaiende
inzetgereedschappen.
Leg het elektrische gereedschap nooit neer, vóór het
inzetstuk volledig tot stilstand is gekomen.
Na het vervangen van het toebehoren of na
instellingen aan het apparaat dient u te waarborgen dat
de moer van de spantang, de boorhouder en andere
bevestigingselementen vast aangedraaid zijn.
Laat het elektrische gereedschap niet lopen terwijl u
het draagt.
Reinig regelmatig de ventilatieopeningen van het
elektrische gereedschap.
Gebruik het elektrische gereedschap niet in de buurt
van brandbare materialen.
Gebruik geen inzetstukken waarvoor vloeibaar
koelmiddel nodig is.
Terugslag en bijbehorende veiligheidsinstructies
Houd het elektrische gereedschap goed vast en
breng uw lichaam en uw armen in een positie waarin u
de terugslagkrachten kunt opvangen. Gebruik altijd de
extra handgreep, indien aanwezig, om de grootst
mogelijke controle te hebben over terugslagkrachten of
reactiemomenten bij het op toeren komen.
Werk bijzonder voorzichtig in de buurt van hoeken,
scherpe randen, enz. Voorkom dat inzetgereedschappen
van het werkstuk terugspringen en vastklemmen.
Gebruik geen ketting- of getand zaagblad.
Beweeg het toebehoren steeds in dezelfde richting in
het materiaal waarin de snijrand het materiaal verlaat
(komt overeen met dezelfde richting waarin de
spaanders worden uitgeworpen).
Span het werkstuk bij het gebruik van stalen
zaagbladen, doorslijpschijven, hogesnelheidsfrezen of
frezen van hardmetaal altijd goed vast.
Speciale veiligheidsinstructies voor het slijpen
Gebruik alleen slijpschijven die voor uw elektrisch
gereedschap worden aanbevolen en alleen voor de
aanbevolen toepassingsgebieden. Slijp bijvoorbeeld
nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf.
Gebruik voor conische en rechte slijppennen met
schroefdraad alleen onbeschadigde doornen van de
correcte maat en lengte, zonder achtersnijding aan de
schouder.
d) Positioneer uw hand niet in de rotatierichting resp.
achter de roterende doorslijpschijf.
NEDERLANDS
TECHNISCHE GEGEVENS FREESMACHINE
Geluidsinformatie
Draag oorbeschermers!
Trillingsinformatie
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsinstructies
en aanwijzingen.
Bewaar alle waarschuwingen en voorschriften voor
toekomstig gebruik.
VEILIGHEIDSADVIEZEN
Algemene veiligheidsinstructies voor het slijpen
Dit elektrische gereedschap kan worden gebruikt als
slijpmachine. Neem alle waarschuwingen, aanwijzingen,
afbeeldingen en gegevens die u bij het elektrische
gereedschap ontvangt in acht.
Gebruik uitsluitend toebehoren dat door de fabrikant
speciaal voor dit elektrische gereedschap is voorzien
en geadviseerd.
Het toelaatbare toerental van het inzetgereedschap
moet minstens even hoog zijn als het maximale
toerental dat op het elektrische gereedschap is
aangegeven.
De buitendiameter en de dikte van het inzetstuk
dienen overeen te komen met de opgegeven maten van
uw elektrische gereedschap.
Slijpschijf, slijpcilinder of ander toebehoren moet
exact op de slijpspil of de spantang van het elektrische
gereedschap passen.
Op een doorn gemonteerde schijven, slijpcilinders,
snijgereedschappen of ander toebehoren moet volledig
in de spantang of in de boorhouder worden geplaatst.
Het 'overstek' of de afstand tussen de doorn van de
schijf en de spantang moet minimaal zijn.
Gebruik geen beschadigde inzetgereedschappen.
Controleer voor het gebruik altijd inzetgereedschappen
zoals slijpschijven op afsplinteringen en scheuren,
steunschijven op scheuren of sterke slijtage en
draadborstels op losse of gebroken draden. Als het
elektrische gereedschap of het inzetgereedschap valt,
dient u te controleren of het beschadigd is, of gebruik
een onbeschadigd inzetgereedschap. Als u het
inzetgereedschap hebt gecontroleerd en ingezet, laat u
het elektrische gereedschap een minuut lang met het
maximale toerental lopen. Daarbij dient u en dienen
andere personen uit de buurt van het ronddraaiende
WAARSCHUWING