Ottobock | 873R93
4 Voorbereiding en gebruik
4.1 Opbouw
VOORZICHTIG
Valgevaar door opbouwfouten. Fouten bij de opbouw van de prothese kunnen leiden tot sto-
ringen in de werking van het scharnier en zelfs tot gevolg hebben dat het scharnier door een
ernstig structureel probleem helemaal niet functioneert. Hierdoor kan de patiënt ten val komen.
Neem de opbouwinstructies in acht.
Alleen bij een correcte opbouw kunnen de voordelen van de 3R93 optimaal worden benut.
Bij het positioneren van de kokeraansluiting moet rekening worden gehouden met de stand van de
stomp (afb. 8). Loodlijnen in het frontale en sagittale vlak die bij het afnemen van het gips en het
passen van de proefkoker worden afgetekend vanaf het draaipunt van het heupscharnier, maken
het gemakkelijker het ingietanker resp. de kokeradapter correct te positioneren.
Bouw de prothese in twee stappen op.
Eerst vindt de basisopbouw plaats in het opbouwapparaat (bijv. de L.A.S.A.R. Assembly 743L200;
PROS.A. Assembly 743A200). Daarna vindt de statische opbouwcorrectie plaats met de L.A.S.A.R.
Posture 743L100.
4.1.1 Basisopbouw in het opbouwapparaat (afb. 8)
1
Positioneer het midden van de voet (MF) ca. 30 mm voor de opbouwlijn. Dit geldt voor alle
prothesevoeten die voor de 3R93 worden aanbevolen, onafhankelijk van de opbouwgegevens
die staan vermeld in de gebruiksaanwijzingen van de prothesevoeten!
2
Stel de effectieve hakhoogte plus 5 mm in. Stel de exorotatie van de voet in.
3
Klem het kniescharnier vast. Positioneer het opbouwreferentiepunt (= knieas) 10 mm achter de
opbouwlijn. Houd rekening met de afstand van de knie tot de grond en met de exorotatie van
de knie (de stopbit van het opbouwapparaat stelt deze standaard in op ca. 5°). Aanbevolen
sagittale positionering van het opbouwreferentiepunt: 20 mm boven de kniespleet.
4
Verbind de prothesevoet door middel van de meegeleverde buisadapter 2R77 met het modu-
laire kniescharnier (zie afb. 1, pos. 1).
VOORZICHTIG
Valgevaar door een verkeerd gemonteerde buisadapter. Wanneer de buisadapter ver-
keerd in de buisklem wordt gemonteerd (bijv. bij lengteaanpassing door verandering van
de insteekdiepte), is het mogelijk dat de buisklem overbelast wordt of dat er onvoldoende
krachtoverbrenging plaatsvindt, waardoor de patiënt ten val kan komen.
Dit is ook het geval, wanneer de verbinding van de buisadapter en de prothesevoet niet
stevig genoeg is.
Houd u aan de onderstaande werkinstructies.
a.
Span de buis niet op in een bankschroef! Gebruik voor het afkorten van de buis de pijpsnij-
der 719R2 en zet deze in een rechte hoek tegen de buis.
LET OP
Beschadiging van de prothese. De restanten van afgekorte buisadapters mogen niet
worden gebruikt als onderdeel van prothesen, omdat niet gegarandeerd is dat deze de
vereiste sterkte hebben.