61 NL/BE
en het vinkje-symbool
15
op het display
2
knippert niet meer. De berekening is afgesloten.
Plaats de detector met de onderkant vlak op
het te onderzoeken oppervlak. Het is mogelijk
dat hierbij enkele korte signalen te horen zijn.
Zolang er op het display geen intensiteitsweer-
gave
13
verschijnt, zijn deze zonder betekenis.
Als er een object in de buurt van de detector
is waarnaar u zoekt, verschijnt vervolgens
een aantal balken van de intensiteitsweergave.
Als u dichter bij het gezochte object komt,
neemt het aantal balken van de intensiteits-
weergave toe (afb. C).
Als de detector precies bij het gezochte ob-
ject is, hoort u een doorlopende signaaltoon.
Bij het zoeken naar een stroomleiding verschijnt
aanvullend op de intensiteitsweergave het
spanningsteken (
)
11
. Gebruik het potlood
5
om de plaatsen te markeren.
Beweeg de detector bij het zoeken altijd in een
rechte lijn. Om het object preciezer te lokali-
seren, beweegt u de detector voorwaarts over
het te onderzoeken oppervlak bij de plaats-
bepaling van metalen en houten balken (afb.
B). Voor de plaatsbepaling van holle ruimtes
kan de detector zowel voorwaarts als achter-
waarts worden bewogen (afb. B). Voor de
plaatsbepaling van stroomleidingen kan de
detector in alle vier richtingen worden
bewogen (afb. B).
Geïntegreerd potlood:
Er wordt ook een potlood
5
meegeleverd.
U kunt het meegeleverde potlood
5
in het
product bewaren door het potlood
5
in het
stiftgat te steken dat zich aan de rechterkant
van het product bevindt. Zorg ervoor dat u
het potlood
5
in de daarvoor bestemde gleuf