EasyManua.ls Logo

Philips 861394 - Page 14

Philips 861394
36 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
8
PHILIPS MEDICAL SYSTEMS
OPMERKING: de lader wordt bij normaal gebruik warm. Dit is geen
defect.
LET OP: gebruik de lader alléén met goedgekeurde accessoires en
oplaadbare batterijen. Voorkom dat metalen objecten in contact komen
met de metalen contactpunten in het batterijvak van de lader. Laat de
lader niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken. Buig niet het
snoer met veel kracht en plaats er geen zware objecten op.
Gebruik de lader niet met een beschadigd netsnoer of wanneer de
lader is gevallen of beschadigd. Plaats de lader niet in een ruimte die
extreem warm of koud is, die stoffig, vuil of zeer vochtig is of waarin het
apparaat wordt blootgesteld aan trillingen. Stel de lader niet bloot aan
directe hitte of direct zonlicht. Raak de contactpunten van de batterij
niet aan als de oplader is aangesloten. Dompel de lader niet onder.
Maak de lader alléén schoon als het netsnoer uit het stopcontact is
verwijderd. Plaats de lader niet op of dichtbij hittegevoelige materialen.
Dek de lader niet af. Haal de lader niet uit elkaar. Bewaar de lader
en batterijen niet buiten het temperatuurbereik dat wordt gespecificeerd
in de FR3 Instructies voor beheerders.
De batterijlader vereist geen onderhoud, en bevat geen onderdelen die door
de gebruiker kunnen worden onderhouden. Indien nodig kan de behuizing
van de batterijlader met een doek bevochtigd met water worden gereinigd.
FCC-verklaring (volgens FCC 15.105): dit product is getest en voldoet aan
de limieten voor een digitaal apparaat, klasse B, in overeenstemming met
deel 15 van de FCC-regels. Deze limieten zijn vastgesteld om een redelijke
bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie bij gebruik in een
woonomgeving. Dit apparaat genereert, gebruikt en zendt mogelijk
radiofrequente energie uit en kan schadelijke interferentie in
radiocommunicatie veroorzaken indien het apparaat niet wordt
geïnstalleerd en gebruikt in overeenstemming met de instructies. Er is er
geen garantie dat er geen interferentie in een bepaalde installatie zal
optreden. Als dit apparaat schadelijke interferentie in radio- of
televisieontvangst veroorzaakt, hetgeen kan worden bepaald door het
apparaat aan en uit te zetten, kan de gebruiker de interferentie corrigeren
door een of meer van de volgende maatregelen te nemen:
Richt de ontvangstantenne opnieuw of verplaats deze.
Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
Sluit het apparaat aan op een stopcontact dat op een andere stroomgroep
is aangesloten dan het stopcontact waarop de ontvanger is aangesloten.
Neem contact op met de leverancier of een deskundige radio-/tv-mon-
teur voor hulp.

Related product manuals