Batterijfout – Een aantal seconden na het inschakelen van de
oplaadmodus licht de led „Batterij spanningsloos“ op als het intelligente
batterijlaadtoestel een van de volgende fouttoestanden vaststelt:
a) Lage batterijspanning - < 3 V
b) Hoge batterijspanning - > 15 V (12-V-batterij) / > 7,5 V (6-V-
batterij)
c) Kortsluiting in de batterij of in de batterijcellen
d) Verkeerde keuze van batterijspanning
Nu stopt het batterijlaadtoestel het laadproces. Bij „a“, „b“ en „c“ kan de
batterij defect zijn en dan vragen wij u een nabijgelegen
batterijservicecentrum op te zoeken. Bij „d“ moet u gewoon de juiste
spanning kiezen en het laadproces in gang zetten.
3. NA HET OPLADEN
Als de led „full“ oplicht, is de batterij volledig opgeladen.
Het batterijlaadtoestel schakelt nu over in de instandhoudingsmodus en
moet tot het volgende gebruik niet meer bediend worden.
Als de wisselstroomstekker uit de netaansluiting getrokken wordt,
schakelt het batterijlaadtoestel uit.
Als de gelijkstroomkabelbeugels van de batterij getrokken worden
terwijl de wisselstroomstekker nog altijd op de netaansluiting
aangesloten is, schakelt het laadtoestel automatisch over naar de
„Stand-by“-modus.