‐20‐
Eentarragewichtkanopelkgewenstmoment,datwilzeggeninbeladenenonbeladentoestand,
ingegeven worden. Voor een hogere nauwkeurigheid kan een tarragewicht met een kleiner
schaaldeelingegevenworden,onafhankelijkvandegroottevanhetgewichtenvandeschaaldeel
vandeindicator.
EentarragewichtdatgroterisdandezogenoemdeMAX1vanhetweegsysteem,wordtnietdoor
deindicatorgeaccepteerd.DeMAX1isdegroottevanhetgewichtvanheteersteweegbereik;in
destandaarduitvoering200kg(zie3.1.).Alseengroterewaardeisingegeven,toonthetdisplay:
“HELP4”.DooroptoetsPTtedrukken,verdwijntdezeHELPaanduiding.
OptoetsPTdrukken.
Delaatstgebruiktetarrawaardewordtweergegeven.
Hetmeestrechtsesegmentknippert.
GedurendedriesecondenoptoetsENTER(
)drukkenalsdeactueletarrawaardeopnieuw
gebruiktwordt.
Of
OptoetsPTdrukken.
Optoetswaardeomhoogofomlaagdrukkentotdathetknipperendesegmentde
gewenstewaardeheeft.
OptoetsENTER(
)drukkenvooraanpassingvanhetvolgendesegment.
Dezehandelingenherhalentotdegewenstetarrawaardeophetdisplaywordtweergegeven.
Omhettarragewichtteactiverenmaarnietopteslaan:gedurendedriesecondenoptoets
ENTER(
)drukkenomdewaardetebevestigen.
Hettarragewichtisnugeactiveerd.
Deindicatiebalk“NET”brandt.
Alshetsysteembeladenis,verschijntdenettowaardeophetdisplay.
Alshetsysteemonbeladenis,geeftdeuitlezingdeingegeventarrawaardenegatiefweer.
Deingegevenwaardeblijftactieftothetsysteemwordtuitgeschakeld,eennieuw
tarragewichtwordtingegeven,eennieuwelastwordtuitgetarreerd(zie3.4.),ofdoorde
tarrawaardeopnultestellen:
Hetweegsysteemisbeladen:drukgedurendetweesecondenoptoetsPT.De
tarrawaardewordtopnulgesteldenhetsysteemkeertterugindestandaard
weegmode.