9. Opsporen van kleine storingen
Lading aangesloten op stroomaggregaat bij opstarten.
Aan-/uit bediening (afb. A - no. 9) op O OFF.
Zet de aan-/uit bediening op "I" of "ON".
Oliepeil controleren en eventueel olie bijvullen
(cf.§ Controle van het oliepeil).
Brandstof vervangen (cf. § Karakteristieken).
Brandstof bijvullen (cf. § Tanken).
Brandstofkraan van de motor (afb. A - no. 6) dicht.
Open de brandstofkraan van de motor.
Luchtfilter (afb. A - no. 7) verstopt.
Reinig de luchtfilter (cf. § Reiniging van de luchtfilter).
Ontstekingsbougie (afb. F - no. 2) defect.
Ontstekingsbougie controleren (cf. § Controle van de
ontstekingsbougie) en eventueel vervangen.
Brandstoftoevoer verstopt of lek.
Laten controleren, repareren of vervangen.*
Controleer het oliepeil en vul aan indien nodig
(cf. § Controle van het oliepeil).
Brandstofpeil onvoldoende.
Brandstof bijvullen (cf. § Tanken).
Ventilatieopeningen verstopt
Het stroomaggregaat reinigen (cf. § Reiniging van het
stroomaggregaat).
Vermogensschakelaar (afb. A - no. 11) niet ingedrukt.
Vermogensschakelaar indrukken.
Voedingskabel van de apparaten defect.
Contactdozen (afb. A - no. 12) defect.
Laten controleren, repareren of vervangen.*
Laten controleren, repareren of vervangen.*
Uitschakeling
van de
vermogensschak
elaars
Apparaat aangesloten of defecte kabel.
Apparaat en kabel loskoppelen.
Overbelasting (cf. § Vermogen stroomaggregaat).
* Handeling(en) die door een van onze agenten moet(en) worden uitgevoerd.
10. Karakteristieken
Max. vermogen / Theoretisch vermogen
Geluidsdrukniveau op 1 m en meetonzekerheid
Inhoud van de brandstoftank
Inhoud van het oliecarter
Gewicht (zonder brandstof)
X: onmogelijk