■ 130
│
NL
│
BE
SKK 2 A1
Problemen oplossen
In dit hoofdstuk staan belangrijke aanwijzingen voor het opsporen en verhelpen van
storingen. Neem de aanwijzingen in acht om gevaren en beschadigingen te voorkomen.
Storingen: oorzaken en oplossingen
De onderstaande aanwijzingen helpen bij het opsporen en verhelpen van kleinere
storingen. Neem contact op met de klantenservice als u met de hieronder beschre-
ven stappen het probleem niet kunt verhelpen.
De camera kan niet worden ingeschakeld
■ In de batterijvakken
e zijn geen batterijen of lege batterijen s geplaatst.
Controleer of de batterijen s nog voldoende spanning hebben en vervang
ze zo nodig.
■ De batterijen
s zijn verkeerd om in de batterijvakken e geplaatst.
Controleer of de batterijen s correct in de batterijvakken e zijn geplaatst.
Let daarbij op de aanduiding van de polariteit in de batterijvakken
e.
De gemaakte foto is onscherp
■ De camera wordt bij de opname niet stil gehouden.
Let erop dat de camera bij het indrukken van de ontspanknop 4 helemaal
stil wordt gehouden.
■ Het cameraobjectief
2 is vuil.
Controleer het cameraobjectief 2 op mogelijke vervuiling en verwijder die
zo nodig voorzichtig met een droge, zachte doek.