EasyManua.ls Logo

TFA 35.1124 - Page 20

TFA 35.1124
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
3938
Maritiem weerstation
Gebruik de CH/+ of MAX/MIN/– toets om de gewenste instelling te bepalen, zo lang de weergave knippert.
Druk op de SET/MODE toets om de instelling te bevestigen en naar de volgende waarde te gaan.
De volgorde is als volgt:
Relatieve luchtdruk (standaardinstelling 1013 hPa)
DCF ontvangst ON/OFF (standardinstelling: DCF ON)
Tijdzone -12/+12 (standaardinstelling: 00H)
Automatische terugstelling van de maximale en de minimale waarden ON/OFF (standaardinstelling: AUTO MINMAX OFF)
Uren, minuten
Jaar, maand, dag
6.1.1 Instelling van de luchtdruk
In de instelmodus moet de relatieve luchtdruk op de opstellingsplaats worden ingevoerd. Informeer u over de actuele luchtdruk in uw omgeving
(meteorologisch instituut, internet, opticien, geijkte weerstations aan openbare gebouwen, luchthaven).
6.1.2 DCF ontvangst
Normaal is de standaard DCF-ontvangst ingeschakeld (DCF ON) en na succesvol ontvangst van het DCF-signaal is een handmatige tijdinstelling niet
nodig.
In de instelmodus kunt u de ontvangst van het DCF signaal uitschakelen (DCF OFF) of weer inschakelen.
Nadat u de ontvangst gedeactiveerd heeft, moet u de tijd handmatig instellen. Op het display verschijnt geen tijdzone.
Bij geactiveerde DCF-ontvangst wordt de handmatig ingestelde tijd overschreven als de ontvangst succesvol is.
6.1.3 Instelling van de tijdzone
In de instelmodus kunt u een correctie van de tijdzone (+12/-12) maken.
Een correctie van de tijdzone is vereist wanneer het DCF-signaal wel kan worden ontvangen, maar de tijdzone van de DCF tijd afwijkt (bijvoorbeeld, +1 =
één uur later).
6.1.4 Automatische terugstelling van de maximale en de minimale waarden
In de instelmodus kunt u de automatische terugstelling van de maximale en de minimale waarden activeren (AUTO MINMAX ON) of deactiveren.
Is de automatische terugstelling activeert verschijnt permanent op het display AUTO.
De maximum- en de minimumwaarden worden automatisch dagelijks om 0.00 h gereset (zie: „Terugstelling van maximum- en minimumwaarden”).
7. Maximum- en minimumwaarden
7.1 Weergave van maximum- en minimumwaarden
Druk op de MAX/MIN/– toets in de normaal-modus. Op het display knippert MAX.
Op het display verschijnen de maximum meetwaarden voor temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk sinds de laatste reset.
Als u zenders heeft aangesloten, kunt u met de CH/+ toets tussen de kanalen en de binnentemperatuur wisselen.
Druk nogmaals op de MAX/MIN/– toets om de laagste waarden op te vragen. Op het display knippert MIN.
Druk nog eens op de MAX/MIN/– toets, om de actuele waarden te verkrijgen.
7.2 Terugstelling van maximum- en minimumwaarden
a) Handmatige terugstelling
Druk op de SET/MODE toets en houd deze 3 seconden ingedrukt, wanneer op het display de maximum- of minimumwaarden verschijnen. De waar-
den worden gewist en op de actuele waarde teruggezet.
b) Automatische terugstelling
Voorwaarde: de automatische reset is ingeschakeld in de instelmodus (AUTO MINMAX ON). AUTO verschijnt permanent op het display.
De maximum- en de minimumwaarden worden automatisch dagelijks om 0.00 h gereset.
Een tussentijdse handmatige reset is ook mogelijk.
Maritiem weerstation
8. Luchtdruk
De geïntegreerde barometer meet de luchtdruk in hectopascal (hPa).
De luchtdruk komt overeen met het gewicht van de ons omgevende luchtlaag en is afhankelijk van het weer en de plaatselijke hoogte.
De relatieve luchtdruk geldt voor het zeeniveau en moet in de instelmodus op de actuele referentiewaarde op de plaats van installatie worden ingesteld
(zie „Handmatige instellingen”).
8.1 Luchtdrukverloop
Op het display verschijnt het luchtdrukverloop van de afgelopen uren in drie selecteerbare tijdsperioden:
24 uur (in stappen van 2 uur, verschil ±6 hPa)
3 uur (in stappen van 15 minuten, verschil ±3 hPa)
1 uur (in stappen van 5 minuten, verschil ±3 hPa)
Druk kort op de SET/MODE toets om de tijdsperiode te selecteren. „1 h” knippert. Gebruik de SET/MODE toets om de gewenste instelling te bepalen, zo
lang de weergave knippert. Wacht 5 seconden, het apparaat neemt dan automatisch de instelling over.
Na de inbedrijfstelling staan alle balken op de positie „0” totdat het apparaat de nodige gegevens heeft geregistreerd.
De „0h” in het midden van de schaal is gelijk aan de huidige luchtdruk en elke wijziging (±2, ±4, ±6) toont hoe veel „hPA” de afgelopen druk gedaald
of gestegen is in vergelijking met de huidige druk in de overeenkomstige periode.
Als het verschil groter is dan het weergavebereik, wordt geen balk weergegeven.
Aflopende balken betekenen dat de luchtdruk gedaald is en het weer verwacht wordt te verslechteren. Oplopende balken geven aan dat het weer verbe-
tert.
8.2 Luchtdrukverschil
De weergave T-1h en T-3h toont de grootste afwijking van de huidige luchtdruk in het laatste uur respectievelijk in de laatste 3 uur in hPa.
Als de luchtdruk snel daalt (1 tot 2 hPa per uur), is er kans op onweer en storm.
8.3 Alarm functie voor luchtdrukverschil
8.3.1 Alarm instelmodus
U kunt een low-alarm en een hi-alarm instellen voor het luchtdrukverschil T-1 en T-3.
Houdt u de ALARM toets drie seconden ingedrukt om in de alarm-instelmodus te komen.
Als eerste instelmogelijkheid knippert het symbool voor de bovenste alarmgrens (standaard OF(F)) voor T-1h. Stel de gewenste bovengrens (+0,1 tot
+9,9) met de CH/+ of MAX/MIN/– toets in, zo lang de weergave knippert.
Bevestig met de ALARM toets.
Indien u een alarm niet wenst in te stellen, druk dan nogmaals op de ALARM toets om naar het volgende alarm te gaan.
De volgorde is als volgt: T-1h bovenste alarmgrens, T-1h onderste alarmgrens, T-3h bovenste alarmgrens, T-3h onderste alarmgrens.
Druk nogmaals op de ALARM toets om in de normaal modus terug te keren.
Bij geactiveerd alarm verschijnen het bijbehorende alarmsymbolen op het display
Om te deactiveren, zet u de betreffende alarmgrens terug op „OF(F)” in de alarminstelmodus met behulp van de CH/+ of MAX/MIN/– toets.
8.3.2 Geval van een alarm
In het geval van een alarm knippert het desbetreffende symbool en u hoort een alarmsignaal ca. 60 seconden
De alarmtoon klinkt driemaal per 30 seconden door totdat de gemeten waarde weer binnen de ingestelde alarmgrens ligt.
Het alarm kunt u met een willekeurige toets beëindigen.
Het alarmsymbool knippert, zo lang de alarmtoestand bestaat.
9. Trendpijlen
De trendpijl toont u of de luchtdruk in de afgelopen 3 uur stijgt, daalt of gelijk blijft.
Stijgen (+1-2 hPa) Verbetering van het weer
TFA_No. 35.1124_Anleitung 02.06.2023 13:32 Uhr Seite 20

Related product manuals