EasyManua.ls Logo

Trumatic E 2400 - Page 50

Trumatic E 2400
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
50
Trumatic E 2400
Veiligheidsaanwijzingen
Voor de werking van gasregelaars, gastoestellen resp. gasin-
stallaties, is het gebruik van staande gasflessen waaruit gas
in gasvormige toestand wordt genomen verplicht voorge-
schreven. Gasflessen waaruit gas in vloeibare toestand wordt
genomen (bijv. voor heftrucks) zijn voor de werking verboden,
omdat zij tot beschadiging van de gasinstallatie leiden.
Bij lekken in de gasinstallatie of wanneer een gasreuk wordt
waargenomen:
alle open vlammen blussen
– niet roken
de apparate uitschakelen
– sluit de gasfles
ramen en deuren openen
zet geen elektrische apparaten aan
laat de hele installatie door een vakbekwaam monteur
controlen!
Reparaties mogen alleen door vakbekwame monteurs
worden uitgevoerd!
Na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieu-
we O-ring gemonteerd worden!
Garantie en claims i.v.m. aansprakelijkheid komen in onder-
staande gevallen te vervallen:
– veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van
toebehoren),
– veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de
schoorsteen,
– gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als ver-
vangende onderdelen of toebehoren,
– het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing.
Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het ap-
paraat en in sommige landen ook voor het voertuig.
De werkdruk van de gasvoorziening 30 mbar moet overeen-
stemmen met de werkdruk van het toestel (zie typeplaat).
LPG-installaties moeten voldoen aan de technische en admi-
nistratieve voorschriften van het betreffende land van gebruik
(in Europa b.v. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor
boten). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland
b.v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor
boten) moeten in acht genomen worden.
Bij industrieel benutte voertuigen dient er rekening te worden
gehouden met de desbetreffende ongevallenpreventievoor-
schriften van de on gevallenverzekeringen (BGV D 34).
De controle van de gasinstallatie dient alle 2 jaren van een
deskundige voor vloeibaar gas (DVFG, TÜV, DEKRA) te wor-
den herhaald. Ze dient op het overeenkomstig onderzoekattest
(G 607, G 608 resp. BGG 935) te worden bevestigd.
De eigenaar van het voertuig is zelf verantwoordelijk voor de
keuring ervan.
Drukregelapparatuur en slangleidingen dienen uiterlijk
10 jaar (bij zakelijk gebruik 8 jaar) na de fabricagedatum
door nieuwe te worden vervangen. Hiervoor is de gebruiker
verantwoordelijk.
Generatorgastoestellen mogen bij het tanken, in parkeergara-
ges, garages of op veerboten niet gebruikt worden.
Bij de eerste ingebruikname van een fabrieknieuw apparaat
(en na een langere stilstand) kan zich kort een lichte rook – en
geurontwikkeling voordoen. Het is raadzaam het apparaat di-
rect met de hoogste temperatuurinstelling te laten branden en
voor een goede beluchting van de ruimte te zorgen.
Een abnormaal brandergeraas of een afblazende vlam duidt
op een defecte regelaar. Laat deze regelaar in dat geval
nakijken.
Warmtegevoelige voorwerpen (bijv. spuitbussen) of brandbare
vloeistoffen mogen niet in de inbouwruimte van de kachel
worden opgeslagen, omdat er hier onder bepaalde omstan-
digheden hoge temperaturen kunnen optreden.
Voor de gasinstallatie mogen uitsluitend drukregelaars con-
form EN 12864 (in voertuigen) resp. EN ISO 10239 (voor
boten) met een vaste uitgangsdruk van 30 mbar gebruikt wor-
den. De doorstromingssnelheid van de drukregelaar moet ten
minste overeenstemmen met het maximum verbruik van alle
door de installatiefabrikant ingebouwde toestellen.
Voor voertuigen adviseren wij de Truma gasdrukregelaar
SecuMotion en voor de gasinstallatie met twee flessen de
automatische omschakelklep Truma DuoComfort.
Bij temperaturen rond 0 °C en daaronder moet de gasdruk-
regelaar resp. de omschakelklep met de regelaarverwarming
EisEx gebruikt worden.
Er mogen uitsluitend voor het land van gebruik geschikte
regelaar-aansluitslangen die voldoen aan de eisen van het
land, gebruikt worden. Deze moeten regelmatig gecontroleerd
worden op broosheid. Voor gebruik in de winter mogen uit-
sluitend winterharde speciale slangen gebruikt worden.
Wanneer de drukregelaars bloot staan aan weersinvloeden,
speciaal bij de vrachtwagen – dient de regelaar steeds door de
Truma beschermkap te worden beschermd (serie-accessoire
van vrachtwagen aanbouwset).
Belangrijke bedieningsvoorschriften
Werd de schoorsteen in de buurt resp. direct onder een te
openen venster geplaatst, dan moet het toestel voorzien zijn
van een automatische uitschakelinrichting, om werking bij
geopend venster te verhinderen.
Regelmatig, vooral na lange reizen, moet worden gecontro-
leerd of de gecombineerde aan-/afvoerpijp niet is beschadigd
en of de aansluitingen nog intact zijn. Dit geldt ook voor het
toestel zelf en de schoorsteen.
Na een kleine interne gasontploffing (foutieve ontsteking)
moet de rookgasafvoer door een vakbekwaam monteur wor-
den gecontroleerd!
Bij de verwarmingen die buiten het voertuig zijn gemonteerd,
dienen de flexibele luchtbuizen regelmatig op beschadigingen
te worden gecontroleerd. Door een beschadigde buis kunnen
eventuele rookgassen in het voertuig terecht komen.
De warmte-uitlaat voor de rookgasavoer en de toevoer van
verbrandingslucht moet altijd wprden gehouden van vuil
(sneeuwblubber, bladeren, enz.).
De ingebouwde temperatuurbegrenzer sluit de gas-toevoer
af wanneer het apparaat te heet wordt. Daarom mogen de
warme-luchtuitlaten en de recirculatieopening niet worden
afgesloten.
Bij een storing van de elektronische printplaat, moet deze
goed verpakt worden teruggestuurd. Als u dit niet doet, ver-
valt iedere aanspraak op garantie. Ter vervanging mogen enkel
originele printplaten worden gebruikt!
Voor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG
voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven.
De gasdrukregelaar Truma SecuMotion voldoet aan deze eis.
Wanneer geen veiligheidsafsluitinrichting (bijv. gasdruk-
regelaar Truma SecuMotion) geïnstalleerd is, moet de
gasfles tijdens het rijden gesloten zijn en moeten waarschu-
wingsborden in de flessenkast en in de buurt van het bedie-
ningspaneel aangebracht worden.

Related product manuals