20
GeBruiksAANwijziNG
1. Steek de vochtigheidsmeter in de grond op de
gewenste locatie. Zorg ervoor dat de sonde volledig in de
grond is gestoken en dat de bovenkant van het apparaat
boven het oppervlak blft voor gemakkelke aezing.
2. Gebruik de schakelaar om de gewenste meetmodus
te selecteren: Schuif de schakelaar naar rechts voor
de vochtigheidswaarde, naar het midden voor de
zonlichtwaarde en naar links voor de pH-waarde.
3. Nadat je de gewenste meetmodus hebt geselecteerd,
wacht enkele seconden tot de meter de meting voltooit.
Lees de vochtigheid, zonlicht of pH-waarde af op het
display.
-Rood (1-3): Droge bodem, behoeft mogelk bewatering.
-Groen (4-7): Geschikte bodemvochtigheid voor de
meeste planten.
-Blauw (8-10): Natte bodem, overmatig vochtig, kan
drainageproblemen aanduiden.
4. Verwder de vochtigheidsmeter voorzichtig na gebruik
en maak de sonde schoon met een vochtige doek.
Berg de vochtigheidsmeter op een droge plaats op om
beschadiging te voorkomen.