114
Attentie! Kook altijd met voldoende vloeistof
en let erop, dat de vloeistof van de gerechten
nooit volledig verdampt. Als u dit niet in acht
neemt kunnen de gerechten aanbranden en de
pan en de kunststof dekselgrepen beschadigd
worden.
4. Koken met de snelkookpan
4.1. Algemeen
In de snelkookpan worden de gerechten onder
druk gekookt, d.w.z. bij temperaturen boven
100 °C. Daardoor worden de kooktijden wel
70 % korter, een duidelijke besparing van ener-
gie dus. Doordat de gerechten kort met stoom
worden gekookt, blijven aroma, smaak en vita-
mines verregaand behouden.
4.2. Koken met inzetten
Afhankelijk van de grootte van de snelkookpan
kunt u met inzetten (12) en een driepoot (13)
koken.
De inzetten en de driepoot zijn als toebehoren
verkrijgbaar bij de vakhandelaar (zie »Toebeho-
ren en reserveonderdelen« in de omslag).
4.3. Verhitten
De gesloten, gevulde snelkookpan op de
warmtebron plaatsen en de warmtebron op de
hoogste stand instellen. Via het kookmecha-
nisme (9), dat tegelijkertijd ook een veiligheids-
ventiel is, kan in de opwarmfase net zo lang
lucht ontwijken, totdat het ventiel hoorbaar
sluit en zich druk kan opbouwen.
De kookindicator (1) stijgt omhoog, de gele
drukring en de twee oranje kookringen worden
zichtbaar (J).
Verminder de energietoevoer op tijd en zodanig,
dat de in het recept aanbevolen oranje kookring
nog net zichtbaar blijft.
4.4. Kooktijden
De kooktijd begint pas, als de in het recept aan-
bevolen oranje kookring helemaal zichtbaar is.
Let erop dat de positie van de ring stabiel blijft.
Regel de warmtebron dienovereenkomstig.
Als de kookindicator (1) onder de gewenste
oranje kookring daalt, moet u de warmtebron
weer hoger zetten.
De kooktijd wordt daardoor iets langer.
Als de kookindicator (1) boven de tweede oranje
ring komt, ontstaat een te hoge stoomdruk,
die via het hoofdventiel (3) aan de dekselgreep
hoorbaar ontwijkt.
Verwijder de pan van de kookplaat, wacht totdat
de kookindicator tot de tweede oranje kookring
gedaald is en schakel de warmtebron omlaag.
De korte kooktijden in een snelkookpan zijn
mogelijk, omdat er door de stoomdruk hogere
temperaturen in de pan heersen:
Eerste ring, ca. 110 °C voor gevoelige
gerechten zoals vis of compote.
(45 kPa bedrijfsdruk, 90 kPa regeldruk)
Tweede ring, ca. 119 °C voor alle overige
gerechten.
(95 kPa bedrijfsdruk, 130 kPa regeldruk,
max. 150 kPA)
Energiebewuste personen schakelen de warmte-
bron al uit voordat de kooktijd verstreken is,
omdat de warmte in de pan voldoende is om het
kookproces te voltooien. De kooktijden kunnen
bij dezelfde gerechten verschillend zijn, omdat
levensmiddelen van hoeveelheid, vorm en hoe-
danigheid verschillen.
4.5. Snelkookpan openen
Neem de snelkookpan van de warmtebron,
wanneer de kooktijd verstreken is. Het deksel
mag altijd pas geopend en van de pan worden
genomen, als de pan drukloos is, d.w.z. de kook-
indicator (1) moet volkomen in de greep ver-
dwenen zijn (I).