EasyManua.ls Logo

Xceed EX190CS1 - Page 20

Xceed EX190CS1
76 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
20-NL
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR CIRKELZAAG
MET DRAAIENDE ZAAGKAP
Functie zaagkap onderaan
a) Controleer voor ieder gebruik of de onderste beveiliging op de juiste manier
is vergrendeld. Gebruik de zaag niet als de onderste bescherming niet vrij
beweegt en onmiddellijk sluit. Klem of bind de onderste bescherming nooit
vast in de open positie. Als de zaag onopzettelijk valt, kan de onderste bescherming
verbuigen. Trek de onderste bescherming omhoog met de terugtrekhendel en zorg
ervoor dat deze vrij kan bewegen en het blad of welk ander deel niet raakt in alle hoeken
of zaagdiepten.
b) Controleer de werking van de veer van de onderste bescherming. Als de
bescherming en de veer niet goed functioneren, dienen deze voor gebruik te
worden gerepareerd. De onderste bescherming werkt misschien niet goed als gevolg
van beschadigde onderdelen, gomachtige aanslag of vuil.
c) De onderste bescherming dient alleen handmatig te worden teruggetrokken
bij speciale sneden zoals rechtstreeks in een oppervlak of samengestelde
sneden. Trek de onderste bescherming omhoog met behulp van de terugtrekhendel en
zodra het blad in het materiaal gaat, dient u de onderste bescherming los te laten. Bij
alle andere zaagbewerkingen, werkt de onderste bescherming automatisch.
d) Let erop dat de onderste bescherming altijd over het blad zit voordat de zaag
op een werkbank of de grond wordt gezet. Bij een onbeschermd zaagblad waarbij
de motor niet actief is, loopt de zaag terug en snijdt deze in alles wat in de weg zit. Denk
eraan dat het even duurt.
EXTRA VEILIGHEIDSREGELS VOOR UW
CIRKELZAAG
1. Gebruik alleen zaagbladen die door de fabrikant worden aanbevolen en beantwoorden
aan EN 847-1, als ze bedoeld zijn voor hout en gelijkaardige materialen.
2. Gebruik geen schuurschijven.
3. Gebruik alleen de bladdiameter(s) volgens de markeringen.
4. Identiceer het juiste zaagblad voor het te zagen materiaal.
5. Gebruik alleen zaagbladen die gemarkeerd zijn met een snelheid die gelijk is aan of
hoger dan de snelheid die op het apparaat is vermeld.