EasyManua.ls Logo

Yale LM - Page 10

Yale LM
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
10 von 16
INSPECTIES, ONDERHOUD EN
REPARATIES
Volgens bestaande nationale/internationale
voorschriften ter voorkoming van ongeval-
len, resp. veiligheidsvoorschriften moeten
hijsmiddelen
overeenkomstig de gevarenbeoordeling
van de gebruiker,
voor de eerste ingebruikname,
voor het opnieuw in gebruik nemen na
buitengebruikstelling,
na fundamentele veranderingen,
i.i.g. minstens 1 x per jaar door een
bevoegd persoon gecontroleerd worden.
LET OP: Bij bepaalde gebruiksomstandig-
heden (bijv. bij galvaniseren) kunnen kortere
periodes tussen de controles noodzakelijk
maken.
Reparatiewerkzaamheden mogen alleen door
werkplaatsen die originele Yale onderdelen
gebruiken uitgevoerd worden. De controle
(in wezen zicht- en functiecontrole) dient
zich te richten op de volledigheid en werking
van de veiligheidsinrichtingen evenals op de
toestand van het apparaat, draagmiddel,
uitrusting en draagconstructie met betrekking
tot beschadiging, slijtage, corrosie of andere
veranderingen.
De ingebruikname en de periodieke controles
moeten gedocumenteerd worden (bijv. in het
CMCO-werkboek). Zie hiervoor ook de onder-
houds- en inspectie-intervallen op bladzijde XX.
Op verzoek dienen de uitkomsten van de
controles en de deskundigheid van de uit-
gevoerde reparaties bewezen worden. Is het
hijsmiddel (vanaf 1t hijscapaciteit) aan of in
een loopkat ingebouwd en wordt met het hijs-
middel een gehesen last in een of meerdere
richtingen bewogen, dan wordt deze als kraan
beschouwd en dienen er verdere controles
uitgevoerd te worden.
Aanbevolen smeerstof
Vertanding smeren (aanbevolen smeerstof:
smeervet voor meerdere doeleinden
DIN51825 T1 K 2 K).
Na uiterlijk 10 jaar moet het apparaat grondig
geïnspecteerd worden.
Met name de maten van de kabel, boven- en
onderhaak dienen gecontroleerd te worden.
Zij dienen met de maten uit de tabel (Tab. 1,
Tab. 2) vergeleken te worden.
Let op: Na het vervangen van componenten
is het verplicht een aansluitende controle door
een bekwaam persoon uit te laten voeren.
Inspectie van de kabel
- De kabel moet op uiterlijke gebreken, ver-
vormingen, kinken, gebroken losse draden
of strengen, kneuzingen, verdikkingen, roest-
schade (bijv. corrosie), sterke oververhitting
en sterke slijtage van uiteinden van de kabel
(bijv. persklem) worden gecontroleerd.
- Om veiligheidsredenen moet de kabel
worden vervangen als de gebroken draden
in de buitenste strengen meer zijn dan een
bepaald aantal. Gerekend wordt over een
bepaalde lengte van de kabel, 11 of 30 keer
de diameter van de kabel.
- De staaldraadkabel moeten onmiddellijk
worden vervangen als een streng volledig
is gebroken, het touw vervormd, gebogen,
geplet of op een andere manier beschadigd
of versleten is!
- De staaldraadkabel moet worden vervangen
als op langere afstanden de diameter met
10 % of meer is afgenomen ten opzichte van
de nominale kabeldiameter.
- Doorslaggevend voor het onderhoud en
testen van draadkabel is de DIN 15020
blad 2 ”beginselen voor de zorg, toezicht en
gebruik”, alsmede de nationale en interna-
tionale regelgeving van het land waarin het
apparaat wordt gebruikt.
- Een versleten staaldraadkabel moet worden
vervangen door een kabel met de gelijke
afmetingen en kwaliteit.
Onderhoud van de staaldraadkabel
De staaldraadkabel moet langs de gehele
lengte (ook het deel in de takel, of in het
lastpakmiddel) aan het einde van een werkdag
vrij zijn van vervuiling en opnieuw licht worden
ingevet ter voorkoming van corrosie.
Inspectie van de last en ophanghaak
De haken moeten worden geïnspecteerd op
vervorming, schade, oppervlaktescheuren,
slijtage en corrosie als nodig, maar ten minste
eenmaal per jaar. Door bepaalde gebruiks-
omstandigheden moet de keuringsfrequentie
mogelijk korter zijn. Haken, die na keuring
niet meer blijken te voldoen, moeten worden
vervangen door nieuwe. Lassen aan de haak,
bijvoorbeeld voor de reparatie van slijtage
en scheuren, is niet toegestaan. Een last of
ophanghaak moet worden vervangen als de
mondopening meer dan 10% is toegenomen
(Fig. 15) of als de nominale afmetingen door
slijtage met meer dan 5% zijn afgenomen.
De nominale waarden en grenswaarden voor
slijtage zijn te vinden in tabel 2. Wanneer een
van de grenswaarden is bereikt, moeten de
onderdelen worden vervangen.
Reparaties mogen alleen door erkende
en gespecialiseerde werkplaatsen wor-
den uitgevoerd die gebruikmaken van
originele reserveonderdelen van Yale.
Na een reparatie, alsmede na een lange
periode zonder gebruik moet de takel opnieuw
worden gekeurd voor ingebruikname.
De keuringen moeten worden geïniti-
eerd door de eigenaar.
TRANSPORT, OPSLAG, BUITENGE-
BRUIKSTELLING EN VERWIJDERING
Bij het vervoer van het apparaat moeten
de volgende punten in acht worden
genomen:
Nooit met het apparaat gooien, altijd voor-
zichtig neerzetten.
Gebruik passende vervoersmiddelen. Dit
hangt af van de plaatselijke omstandig-
heden.
Bij opslag of de tijdelijke buitengebruik-
stelling van het apparaat moeten de vol-
gende punten in acht worden genomen:
Bewaar het apparaat op een schone,
droge plaats.
Bescherm het apparaat, met inbegrip van
alle bijbehorende onderdelen, tegen vuil,
vocht en schade door middel van een
geschikte afdekking.
Bescherm de haken tegen corrosie.
De kabel beschermen tegen corrosie door
deze in te vetten.
De bereikbare tandwielen moeten licht
worden ingevet.
Als het apparaat weer in gebruik wordt
genomen na een periode van buitengebruik-
stelling moet deze opnieuw worden gekeurd
door een bevoegd persoon.
Verwijdering:
Na de defi nitieve buitengebruikstelling van het
apparaat, deze compleet of in delen recycleren
en, indien van toepassing, de gebruikte smeer-
materialen (olie, vet, enz.) overeenkomstig de
wettelijke bepalingen verwijderen.
Meer informatie en downloadbare
handleidingen zijn beschikbaar op
www.cmco.eu!