6.2 Stroomvoorziening
Voordat u aan de installatie begint, controleert u of de netspanning en de nominale spanning van de camera
overeenkomen.
(1) Videosignaal (BNC)
(2) Voedingsspanning
12 V DC (5,5 x 2,1mm)
De camera's beschikken over een voedingsspanning van 12 V DC. Let bij het aansluiten op de polariteit. Voor
de aansluiting is een netstekkervoeding (ronde stekker, 5,5 mm x 2,1 mm) meegeleverd.
6.3 De videokabel aanbrengen
Om het videosignaal van de camera door te geven aan een convertor, monitor of recorder, moet op de
aansluiting „Video-OUT” een coaxkabel van het type RG59 met BNC-stekker (male, mannelijk) worden
aangesloten. De kabellengte tot het volgende toestel mag niet langer zijn dan 150 meter. Om het bereik te
vergroten, kunnen bijpassende signaalversterkers worden gebruikt.