EasyManua.ls Logo

Anslut 025359 - Page 56

Anslut 025359
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
56
NL
6.2 Het product voorbereiden voor
gebruik na opslag
1 Zorg dat alle doppen en filters geïnstalleerd zijn.
2 Controleer of de voedingskabel onbeschadigd is. Niet
gebruiken als er enige schade is.
3 Plaats de batterijen in de afstandsbediening.
4 Installeer de uitlaatpijp.
7 Onderhoud
Waarschuwing! Het product moet van de stroomtoe-
voer zijn losgekoppeld voordat het wordt schoongemaakt of
onderhouden.
7.1 Water uit het product laten lopen
Als de interne watertank vol is, wordt op het display "FL"
weergegeven en stopt de compressor automatisch.
1 Haal de stekker van het product uit het stopcontact en
verwijder de uitlaatpijp.
2 Verwijder de dop en laat het water uit het product in een
afvoer of emmer lopen. (Afbeelding 11)
3 Plaats de dop terug.
4 Sluit de uitlaatpijp aan.
5 Sluit het product aan op het stopcontact en start het
product.
7.2 Het product schoonmaken
Waarschuwing! Zorg ervoor dat er geen water in de
binnenkant van het product loopt. Risico op brand of elektrische
schok.
Voorzichtig! Oplosmiddelen en ontvlambare stoen
kunnen het product beschadigen.
1 Koppel het product los van het stopcontact.
2 Neem het product af met een vochtige zachte doek.
Indien nodig kunt u een mild schoonmaakmiddel
gebruiken.
7.3 De filters van het product reinigen
Voorzichtig! Gebruik het product niet zonder de filters.
Maak de filters elke 2 weken schoon. Als de kwaliteit van de
binnenlucht slecht is, moeten de filters vaker worden
gereinigd.
1 Verwijder het rooster van de onderste luchtuitlaat en het
filter (A) en verwijder vervolgens de bovenste luchtuitlaat
en het filter (B). (Afbeelding 12)
2 Maak de filters schoon met warm water (rond 40C) en
een mild schoonmaakmiddel. Als de filters niet vuil zijn,
kunt u ze stofzuigen om stof te verwijderen (C).
(Afbeelding 12)
3 Leg de filters op een droge en koele plek om ze te laten
drogen.
Let op! Leg ze niet te drogen bij een warmtebron om vervorming
van de filters te voorkomen.
4 Bevestig de filters en de filterroosters.
7.4 Foutcodes
Code Uitleg
E1 Sensorfout spoeltemperatuur.
E2 Sensorfout binnentemperatuur.
E4 Vorstbescherming. De temperatuur van de spoel is
te laag en de werking van het product is gestopt.
De bescherming wordt gestopt wanneer de
temperatuur weer hoger is dan 8C.
FL De watertank is vol.

Related product manuals