EasyManua.ls Logo

APA 29640 - Page 12

APA 29640
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
12
De zichtomstandigheden tussen de twee voertuigen moeten zo zijn dat de achter- en remlichten van het vooruit
rijdende voertuig vanuit het weggesleepte voertuig zichtbaar zijn.
Voordat u begint met de montage of het aanbrengen van de sleepstang, moeten eerst andere verkeersdeelnemers
worden gewaarschuwd voor het voertuig dat is blijven staan! Denk er ook aan uzelf te beschermen. Trek daarvoor waar-
schuwingsvesten aan en zet in ieder geval een gevarendriehoek op 100 tot 400 meter afstand vóór het voertuig neer,
overeenkomstig de wegverkeersregels van het land waarin u zich bevindt.
Zet alvorens de sleepstang aan te brengen beide voertuigen vast tegen wegrollen. Er bestaat gevaar om tussen de
voertuigen ingeklemd te raken.
Schakel in principe bij het wegslepen het waarschuwingsknipperlicht van beide voertuigen in!
Het stuur-contactslot van het weg te slepen voertuig moet bij het wegslepen ontgrendeld zijn! Het contactslot in geen
enkel geval verwijderen! Het gevaar bestaat dat de stuurinrichting geblokkeerd raakt!
Het trekvoertuig mag niet lichter zijn dan het weg te slepen voertuig, anders kan het rijgedrag niet veilig onder controle
worden gehouden.
Overschrijd in geen enkel geval het toegestane totale gewicht van het weg te slepen voertuig van 2.500 kg!
Het wegslepen van voertuigen met defect remsysteem is verboden!
De sleepstang mag alleen aan de daarvoor bestemde sleepogen van de voertuigen worden bevestigd. Lees daarvoor de
gebruiksaanwijzing van de twee voertuigen!
Sleepogen en sleepstangen mogen alleen in perfect technische staat worden gebruikt!
De verbinding tussen sleepoog en trekhaak van de sleepstang moet zo weinig mogelijk speling vertonen.
Neem bij het slepen van voertuigen met automatische versnellingsbak absoluut de bedieningsinstructies van de voer-
tuigfabrikant voor het wegslepen in acht!
Bij het versnellen, remmen en rijden van bochten dient u behoedzaam en voorzichtig te rijden. Het wegslepen mag
alleen bij lage snelheid plaatsvinden. Rijd om veiligheidsredenen niet harder dan 50 km/h! De sleepstang en de sleepo-
gen kunnen de krachten die optreden in het geval van hard remmen niet absorberen.
Bij het aanduwen moeten de voorschriften van het Duitse wegenverkeersreglement (Strassenverkehrsordnung, StVO)
worden opgevolgd. Neem in principe de verkeersregels voor wegslepen in acht die bestaan in het land waarin u zich
bevindt. Neem in geval van twijfel contact op met het dichtstbijzijnde politiebureau!
Als de sleepstang zichtbaar beschadigd is, is een gevaarloze werking niet meer mogelijk. De sleepstang mag nu niet
meer worden gebruikt. Voer in principe geen reparaties uit aan een beschadigde sleepstang!
De voertuigen verbinden
Zet het slepende voertuig ca. 1,5 m voor het weg te slepen voertuig neer. Zet beide voertuigen vast tegen wegrollen. Er bestaat gevaar
om tussen de voertuigen ingeklemd te raken. Om ervoor te zorgen dat de sleepstang later bij het versnellen en remmen voornamelijk
in zijn lengterichting wordt belast, moeten de voertuigen zo staan en moet er later ook zo mee gereden worden, dat de sleepogen
tegenover elkaar liggen en de sleepstang recht en niet schuin tussen de voertuigen gepositioneerd is; eventueel schuin achter elkaar
rijden. Voor de bevestiging van de sleepstang moeten de sleepogen van de voertuigen eventueel eerst voorbereid worden, daarvoor
volgt u de aanwijzingen van de desbetreende producent op.
Open nu de trekhaak . Daarvoor drukt u de twee bouten zo ver naar beneden, dat de trekhaak verschoven kan worden. Indien
nodig kunt u de trekhaak helemaal van de trekstang verwijderen, om hem aan het sleepoog van het slepende voertuig te bevesti-
gen. Let erop dat de trekhaak van boven in het sleepoog wordt geleid en deze veilig omsluit. Schuif de trekhaak weer in zijn oorspronke-
lijke positie. Controleer of de bouten weer correct vergrendelen. Ga op dezelfde wijze te werk met de tweede trekhaak en de tweede
trekstang op het weg te slepen voertuig. Druk nu de bouten naar beneden en schuif het middenstuk op de eerste trekstang
. Druk de bouten weer naar beneden en schuif de sleepstang nog ca. 15 cm verder in elkaar. Verbind nu het vrije uiteinde van het
middenstuk met de tweede trekstang . Schuif het middenstuk zo ver over de trekstang tot de bouten vergrendelen.
Rijd nu met het trekvoertuig langzaam en voorzichtig naar voren, zodat de sleepstang uit elkaar wordt getrokken en de bouten
vergrendelen. Stop nu nog een keer, en controleer of de sleepstang correct vastzit. Controleer of alle bouten ②⑥⑧⑨ juist vergrendeld
zijn. De sleepstang is nu klaar voor gebruik.
Figuur 1: Aansluiten van de voertuigen
5. GEBRUIKSAANWIJZING

Related product manuals