147 NL/BE
Temperatuur- en vorstalarm
Het temperatuuralarm is een kort geluidssignaal, dat te horen is, zodra de buiten-
temperatuur het aangegeven temperatuurbereik over- of onderschrijdt. Ga voor het
instellen van het gewenste temperatuurbereik als volgt te werk:
Druk op de – -toets
36
, om de modus van het temperatuur alarm te kiezen.
Houd de – -toets gedurende 3 seconden ingedrukt. De maximale temperatuur-
indicatie knippert. Druk op de + of – -toets, om de waarden in te stellen.
Druk op de MODE-toets
34
om uw invoer te bevestigen. De minimum tempera-
tuurindicatie knippert. Druk op de + of – -toets, om de waarden in te stellen.
Druk op de MODE-toets, om uw invoer te bevestigen.
Temperatuur- en vorstalarm activeren / deactiveren
Wanneer meer dan één buitensensor is geactiveerd, druk dan op de kanaaltoets
37
, om er één te selecteren.
Druk herhaaldelijk op de – -toets
36
om de temperatuur- en het vorstalarm te
activeren.
Wanneer het vorstalarm is geactiveerd, dan verschijnt het bijbehorende symbool
23
naast de buitentemperatuur. Het alarmsignaal klinkt bij –1 °C tot + 3 °C.
Wanneer het temperatuuralarm is geactiveerd, dan verschijnt het bijbehorende