02/ 2019
BENNING CM 8
87
8.7 Doorgangscontrole met zoemer
-
Kies met de draaiknop 8 van de BENNING CM 8 de gewenste instelling ( ).
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus J van
de BENNING CM 8.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V en Ω 9 van de
BENNING CM 8.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten
van het circuit. Indien de gemeten weerstand in het circuit tussen de COM-
contactbus J en de contactbus voor V en Ω 9 30 Ω, kleiner is, wordt een
akoestisch signaal afgegeven.
Zie fig. 5: weerstandsmeting/ dioden-/
doorgangscontrole met zoemer
8.8 Meten van effectief vermogen/ meten van de opbrengstfactor
- Kies met de draaiknop 8 van de BENNING CM 8 de gewenste instelling
(W/ PF).
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus J van
de BENNING CM 8.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V en Ω 9 van de
BENNING CM 8.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer verbinden met de nulleider (N) van het
voedende net.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer verbinden met de fase (L1) van het voeden-
de net.
- Druk op de openingshendel K en omvat de éénaderige, stroomvoerende
leiding, zoveel mogelijk in het midden van de tang M. Het “+”-symbool op
de tang moet de energiebron aangeven.
- Met toets (blauw) 5 kan tussen effectief vermogen (W) en opbrengstfactor
omgeschakeld worden.
Opmerking effectief vermogen:
Als de energiestroom van richting wisselt (van last naar energiebron) verschijnt
het minteken 2.
Opmerking opbrengstfactor:
Bij juiste polariteit en geen voorteken ontstaat een inductieve last, bij minteken
2 betreft het een capacitieve last.
Opmerking algemeen:
Bij spanningen onder 0,5 V
eff
of stroom onder 0,5 A
eff
verschijnt geen informatie.
Overloopinformatie (0.L) bij > 600 V
eff
; > 620 A
eff
; > 372 kW.
Raadpleeg figuren 6b en 6 c bij metingen in het driefasenet.
Zie figuur 6a: consument enkelfasig
Zie figuur 6b: consument driefasig zonder nulleider (N)
Zie figuur 6c: consument driefasig met nulleider (N)
8.9 Draaiveldrichting informatie
-
Kies met de draaiknop 8 van de BENNING CM 8 de gewenste instelling „ “.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus J van
de BENNING CM 8.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V en Ω 9 van de
BENNING CM 8.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer verbinden met fase L3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer verbinden met de fase (L1). Bij normale
functie verschijnt L1 voor 3 seconden in het display. *
1
- Zodra L2 op het display verschijnt klinkt de zoemer twee keer. Verbind u
dan direct het rode veiligheidsmeetsnoer aan fase L2 terwijl L2 nog in
het display aanwezig is.
- Als de informatie L2 in het display verschijnt wordt het testresultaat als volgt
weergegeven:
a) aanduiding “1,2,3” = rechts draaiveld, L1 voor L2
b) aanduiding “3,2,1” = links draaiveld, L2 voor L1
c) aanduiding “----“ = meting kan niet beoordeeld worden
d) aanduiding “Lo V” = een veiligheidsmeetsnoer kan tijdens de me-
ting geen contact hebben gehad.
- Toets (blauw) 5 indrukken zodra de meting herhaald moet worden.
*
1
Opmerking:
Als de spanning < 30 V is, verschijnt in het display “Lo V” en als de spanning
> 600 V is verschijnt in het display “O.L V”. Ligt de frequentie niet binnen het
bereik van 50 Hz of 60 Hz verschijnt in het display “out.F”.
Het driefase-netsysteem moet niet geaard zijn!
Zie fig. 7: draaiveldrichting informatie
8.10 Temperatuurmeting
- Kies met de draaiknop 8 van de BENNING CM 8 de gewenste instelling
(°C of °F).