10/ 2004
BENNING MM 3
32
- Voor dat met de draaischakelaar een andere functie gekozen wordt,
dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 3 kunnen leiden tot
instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Spannings- en stroommeting
Let op de maxinale spanning t.o.v. aarde.
Gevaarlijke spanning!
De hoogste spanning die aan de contactbussen
- COM-bus
- Bus voor V,
Ω en Hz
- Contactbus voor µA/ mA - bereik
en de
- Contactbus voor 20 A - bereik
van de multimeter BENNING MM 3 ligt
t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V bedragen.
Gevaarlijke spanning:
Spanning in het circuit bij stroommeting maximaal 500 V. Bij
smelten van de zekering boven 500 V kan het apparaat worden
beschadigd. Een beschadigd apparaat kan onder spanning
komen te staan.
8.2.1 Spanningsmeting
- Kies met de draaiknop
het gewenste bereik.
- Kies met de keuzeschakelaar gelijk-/ wisselspanning (DC/ AC) de te
meten soort spanning.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van
de BENNING MM 3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz van
de BENNING MM 3.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten
van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de
BENNING MM 3.
Zie fig. 2: meten van gelijkspaning.
Zie fig. 3: meten van wisselspanning.
8.2.2 Stroommeting
- Kies met de draaiknop
het gewenste bereik.
- Kies met de keuzeschakelaar gelijk-/ wisselspanning (DC/ AC)
de te
meten soort spanning of stroom.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van
de BENNING MM 3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor µA/ mA
bereik voor stromen tot 200 mA, dan wel met de contactbus voor 20 A
bereik voor stromen van 200 mA tot 20 A.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten
van
het circuit en lees gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 3
.
Zie fig. 4: meten van gelijkstroom
Zie fig 5: meten van wisselstroom
8.3 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling (Ω)
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van
de BENNING MM 3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz
van
de BENNING MM 3.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten
van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de
BENNING MM 3.
Zie fig. 6: weerstandsmeting
8.4 Diodecontrole
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( , ).
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van
de BENNING MM 3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω, Hz
van
de BENNING MM 3.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten
van de diode en lees de gemeten waarde af in het display van de
BENNING MM 3.