48
(Vertaling van de originele instructies)
NEDERLANDS
Wanneer u smalle werkstukken zaagt, kunnen ze bekneld
raken tussen de langsgeleiding en het zaagblad, worden
gepakt door de rotatie van het zaagblad en van de machine
worden geslingerd. Daarom moet u de hulpstop (5c) zo
afstellen dat de geleiderand zich bevindt tussen de voorste
tand van het zaagblad en de voorste rand van het spouwmes.
De verstekmeter gebruiken (Afb. K)
uDuw de verstekmeter in een sleuf (1a) op de zaagtafel (1).
uMaak de klemhandgreep los (6a).
uDraai de verstekmeter (6b) tot de gewenste hoek is
ingesteld.
uDe schaalverdeling (6c) toont de ingestelde hoek.
uZet de klemhandgreep (6a) weer vast.
Uitschuiftafel (Afb. L)
De uitschuiftafel (16) kan worden gebruikt voor bijzonder
brede werkstukken.
uMaak de klemhandgreep (14) los en trek het
uitschuifgedeelte van de tafel de gewenste lengte.
De zaagbladhoek instellen (Afb. M)
Stel de gewenste schuine hoek in van 0 tot 45 graden.
uDraai de vergrendelknop (10) voor het afstellen van de
afschuinhoek los.
uDuw het kantelwiel (13) van het zaagblad naar binnen en
draai het naar de gewenste hoek.
uStel de gewenste hoek in en vergrendel vervolgens de
knop (10) weer.
Werkinstructies
Na iedere nieuwe afstelling is het raadzaam een
proefzaagsnede uit te voeren ter controle van de ingestelde
afmetingen. Wacht na het inschakelen van de zaag tot het
zaagblad de maximale rotatiesnelheid heeft bereikt en begin
dan pas met de zaagsnede.
Zet een lang werkstuk vast zodat het niet aan het einde van
de zaagsnede kan vallen (bijv. met een rolschraag, ed.) Ga
extra voorzichtig te werk wanneer u de zaagsneden start!
Zaagsneden in de lengterichting maken
Zaagsneden maken in de lengterichting (ook wel langszagen
genoemd) is het gebruiken van de zaag in de richting van de
nerf van het hout. Druk een rand van het werkstuk tegen de
langsgeleiding (5) met de vlakke zijde op de zaagtafel (1).
De zaagbladbeschermkap (2) moet altijd over het werkstuk
worden gezet. Wanneer u een zaagsnede in de lengterichting
maakt, neem dan niet een werkpositie aan die op een lijn
staat met de zaagrichting.
uSchakel de zaag in.
uPlaats uw handen (met gesloten vingers) vlak op het
werkstuk en duw het werkstuk langs en in het zaagblad
(4).
uLeid het werkstuk met uw linker- of rechterhand
(afhankelijk van de positie) niet verder dan de voorzijde
van de zaagbladbeschermkap (2).
uDuw het werkstuk altijd met de aanduwstok (19) door tot
het einde van het spouwmes (3), zoals wordt getoond in
afbeelding N.
uHet afgezaagde stuk blijft op de zaagtafel (1).
uZet een lang werkstuk vast zodat het niet aan het einde
van de zaagsnede kan vallen (bijv. met een rolschraag,
ed.)
Waarschuwing! Gebruik altijd de aanduwstok (19) wanneer
u kleine werkstukken zaagt.
Zaag geen al te kleine werkstukken.
Afkortzagen
uVergrendel de verstekmeter (6) op 0 graden
uStel de schuine hoek in 0 graden
uStel het zaagblad (4) hoogte af
uHoud het werkstuk vlak tegen de tafel (1) en tegen de
langsgeleiding. Houd het werkstuk weg bij het zaagblad.
uHoud beide handen weg van het pad van het zaagblad.
uSchakel de machine in en laat het zaagblad volledig op
snelheid komen.
uHoud het werkstuk dicht tegen de langsgeleiding
en verplaats het werkstuk langzaam samen met de
langsgeleiding tot het werkstuk onder de bovenste
zaagbladbeschermkap komt.
uLaat de tanden zagen en dwing het werkstuk niet door het
zaagblad. De snelheid van het zaagblad moet constant
worden gehouden.
Schakel na voltooiing van de zaagsnede de machine uit, laat
het zaagblad tot stilstand komen en verwijder het werkstuk.
Waarschuwing! Duw nooit tegen het afgezaagde gedeelte
van het werkstuk en houd het niet vast.
Zo gaat u te werk bij het vastlopen van het
zaagblad
uControleer dat de machine is losgekoppeld van de
stroomvoorziening.
uVerwijder het werkstuk. Let goed op dat u niet met u
handen het zaagblad aanraakt.
uDruk op de overbelastingsbeveiliging (21) en sluit de
stekker aan, de machine kan weer werken.
Na gebruik
uVeeg na gebruik spaanders en stof die aan het
gereedschap kleven af met een doek of iets dergelijks.
uSmeer de schuivende gedeelten met machineolie ter
voorkoming van roestvorming.