Nederlands–7
1 609 929 C66 • (02.07) T
Controleer het gereedschap voor elk gebruik. Bij zichtbare be-
schadigingen of losse delen binnenin het gereedschap is een
veilige functie niet meer gewaarborgd.
Houd het apparaat altijd schoon en droog.
Verwijder het vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen scher-
pe reinigings- of oplosmiddelen. Wrijf het apparaat droog voordat u het
opnieuw gebruikt.
Wieltjes vervangen
Vervang defecte of sterk versleten wieltjes. Draai daarvoor de schroef 1
met een Torx-schroevendraaier (maat 6) los, vervang het wieltje 2 en
draai de schroef 1 weer stevig vast.
Mocht het apparaat ondanks zeer zorgvuldige fabricage- en testme-
thoden toch defect raken, dient de reparatie door een erkende service-
werkplaats voor Bosch elektrisch gereedschap te worden uitgevoerd.
Vermeld bij al uw vragen en bij bestellingen van vervangingsonderdelen
het bestelnummer van 10 cijfers van het apparaat.
Verstuur het apparaat in het geval van een reparatie in het bescherme-
tui 14.
Fouten: oorzaken en oplossingen
Fout/indicatie Oorzaak Oplossing
Apparaat kan niet
worden ingeschakeld.
Batterijen leeg. Plaats nieuwe batte-
rijen.
Batterijen met ver-
keerde polen ge-
plaatst.
Controleer de juiste
plaatsing van de bat-
terijen.
Apparaat is ingescha-
keld en reageert niet
meer op invoer.
Verwijder de batterijen
en plaats deze op-
nieuw.
Display zwart. Apparaat te sterk ver-
warmd of aan fel zon-
licht blootgesteld.
Wacht tot het toege-
stane temperatuurbe-
reik bereikt is.
Apparaat met te hoge
snelheid bewogen.
Druk op de knop
„start” 6. Beweeg het
apparaat langzamer
over de muur.
Het apparaat is niet in
een rechte lijn over de
muur bewogen of een
wieltje maakte geen
contact met de muur.
Druk op de knop
„start” 6. Beweeg het
apparaat nogmaals in
een rechte lijn over de
muur en let erop dat
alle wieltjes contact
met de muur maken.
Invloeden van buiten-
af, zoals een mobiele
telefoon, magnetron
of zendmast voor mo-
biele telefonie storen
de meting.
Schakel storende in-
vloeden zo veel moge-
lijk uit. Begin met een
nieuwe meting door
knop „start” 6 in te
drukken.
Temperatuur te laag. Wacht tot het toege-
stane temperatuurbe-
reik bereikt is.
Temperatuur te hoog. Wacht tot het toege-
stane temperatuurbe-
reik bereikt is.
Onderhoud en reiniging