44
NL
Opmerking: Bij geopende vergrendeling is de watertoevoer naar het lterpatroon onderbroken en
is directe waterstroming van de wateringang
4
naar de wateruitgang
3
mogelijk. (Indien nodig,
watertoevoer afsluiten en voeding van het eindapparaat uitschakelen).
• De vergrendeling
2
openen.
• Het spoelventiel
8
activeren en het systeem drukloos maken.
• Het gebruikte lterpatroon
6
uit de lterkop
1
verwijderen. Daarbij op het gewicht van het
patroon letten.
Aanwijzing: Het lterpatroon kan voor een gemakkelijke verwijdering 90° in de wandhouder
gedraaid worden.
• Stappen onder 4.3 en 4.4 uitvoeren.
6 Bypass- en capaciteitstabellen
De capaciteitstabellen voor de Waterltersystemen PURITY C Quell ST, PURITY C Finest en
PURITY C Steam zijn op pag. 2–7 weergegeven.
De Waterltersystemen PURITY C1000 AC resp. PURITY C50 Fresh hebben een ltercapaciteit van
10.000 l resp. 15.000 l, onafhankelijk van de carbonaathardheid en de ingestelde bypass. Al het
leidingwater wordt gelterd.
Het waterltersysteem PURITY C500 MinUp het een ltercapaciteit van 30.000 l onafhankelijk van
de carbonaathardheid en met een bypass-instelling van 0 %. Al het leidingwater wordt gelterd.
Opmerking: de aangegeven capaciteiten zijn op basis van de gebruikelijke toepassings- en
machineomstandigheden getest en berekend. Op basis van de externe invloedsfactoren (bijvoorbeeld
leidingwater van wisselende kwaliteit en/of machinetype) kunnen er afwijkingen ten opzichte van
deze waarden ontstaan.
7 Onderhoud
Controleer het Waterltersysteem regelmatig op lekkage. Controleer de slangen regelmatig op
knikken. Geknikte slangen moeten worden vervangen.
Het complete waterltersysteem moet ten minste om de 10 jaar vanaf de aankoopdatum worden
vervangen. De slangen moeten ten minste om de 5 jaar worden vervangen.
!
Attentie: vóór vervanging de technische gegevens (hoofdstuk 9) en de bedrijfs- en
veiligheidsvoorschriften (hoofdstuk 3) in acht nemen.
Reinig de buitenkant van het Waterltersysteem regelmatig met een zachte, vochtige doek.
!
Opmerking: Gebruik daarbij geen agressieve chemicaliën, reinigingsoplossingen of schurende
reinigingsmiddelen.
8 Verhelpen van storingen
8.1 Geen Water
Oorzaak: Watertoevoer gesloten.
Verhelpen: Watertoevoer aan de ervoor geschakelde afsluitventiel openen of vergrendeling
2
op de lterkop
1
openen.
8.2 Geen of weinig water ondanks geopende watertoevoer
Oorzaak: Waterdruk te gering.
Verhelpen: Waterdruk controleren. Als de storing nog steeds optreedt, het
Waterltersysteemen het lterpatroon controleren en eventueel vervangen.