31
30
te tot de leeftijd van ongeveer 6
maanden moet de rugleuning op
de volledig neergelaten stand wor-
den gebruikt.
• Het product moet altijd op de rem
staan als u het kind erin zet of eruit
haalt.
• Gebruik de rem telkens wanneer u
stopt.
• Laat de wandelwagen nooit met
het kind erin op een helling staan,
ook al zijn de remmen geactiveerd.
• Overbelast de mand niet. Maxi-
mumgewicht 3 kg.
• Elk gewicht dat aan de handgre-
pen en/of de rugleuning en/of de
zijkanten van de wandelwagen is
bevestigd, kan de stabiliteit van
de wandelwagen in het gedrang
brengen.
• Vervoer niet meer dan één kind te-
gelijkertijd.
• Breng geen accessoires, reserveon-
derdelen of onderdelen op de wan-
delwagen aan, die niet door de fabri-
kant geleverd of goedgekeurd zijn.
• Gebruik het artikel niet als er on-
derdelen stuk of gescheurd zijn, of
ontbreken.
• Controleer voor de montage of het
artikel en de onderdelen ervan niet
beschadigd zijn tijdens het trans-
port. In dat geval mag het artikel
niet worden gebruikt en dient het
buiten het bereik van kinderen te
worden gehouden.
• Zorg ervoor dat bij de regelhande-
lingen de bewegende delen van de
wandelwagen niet in aanraking ko-
men met het lichaam van het kind.
• Verzeker u ervan dat de gebruikers
van de wandelwagen goed weten
hoe hij werkt.
• Dit product mag uitsluitend door
een volwassene worden gebruikt.
• Het product mag uitsluitend door een
volwassene worden gemonteerd.
• Om gevaar voor wurging te voorko-
men mag u het kind geen voorwerpen
met touwen geven of ze binnen het
bereik van het kind laten liggen.
• Gebruik de wandelwagen niet op
trappen of roltrappen: u zou de con-
trole erover onverwachts kunnen
verliezen.
• Kijk goed uit als u een trede of de
stoep op- of afgaat.
• Als u de wandelwagen gedurende
lange tijd in de zon laat staan, wacht
dan tot hij afgekoeld is voordat u
het kind erin zet. Door lang in de
zon te staan kunnen de materialen
en stoen van kleur veranderen.
• Zorg ervoor dat de wandelwagen
niet in aanraking komt met zilt wa-
ter om roestvorming te voorkomen.
• Gebruik de wandelwagen niet op
het strand.
• Als de wandelwagen niet wordt
gebruikt, dient hij buiten het bereik
van kinderen te worden gehouden.
LIJST MET ONDERDELEN
Controleer of alle componenten voor dit model voorhan-
den zijn voordat u de wagen in elkaar zet. Mocht er iets
ontbreken, neem dan contact op met de Chicco Klanten-
dienst. U hoeft geen gereedschap te gebruiken om de wa-
gen in elkaar te zetten. U heeft de volgende delen nodig
om de wagen in elkaar te zetten:
• Frame
• 2 voorwielen
• 2 achterwielen
• Zonnekap
• Boodschappenmand
• Stoen bekleding
• Gewatteerde schouderbeschermstukken en tussenbeenstuk
• Regenhoes
TIPS VOOR HET REINIGEN EN HET ONDERHOUD
Dit artikel heeft geregeld onderhoud nodig.
Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen
door een volwassene worden verricht.
REINIGEN
De bekleding kan van de wandelwagen verwijderd worden
(zie paragraaf DE BEKLEDING VAN DE WANDELWAGEN
NEMEN EN AANBRENGEN).
Reinig de stoen delen met een vochtige spons en een
neutraal wasmiddel.
Reinig de kunststof delen regelmatig met een vochtige
doek.
Na eventuele aanraking met water moeten de metalen de-
len afgedroogd worden om roestvorming te voorkomen.
Hieronder worden de wassymbolen en de betekenis ervan
weergegeven:
Met koud water met de hand wassen
Niet bleken
Niet in de droogtrommel drogen
Niet strijken
Niet chemisch laten reinigen
ONDERHOUD
Smeer de bewegende delen indien nodig met droge sili-
conenolie.
Controleer periodiek de slijtagestaat van de wielen en
houd ze vrij van stof en zand. Verzeker u ervan dat de kunst-
stof delen, die over de metalen buizen lopen, vrij zijn van
stof, vuil en zand om wrijving te voorkomen, die de goede
werking van de wandelwagen kan schaden.
Berg de wandelwagen op een droge plaats op.
ALGEMENE AANWIJZINGEN
DE WANDELWAGEN DE EERSTE MAAL OPENEN EN
MONTEREN
1. Trek aan de laterale ontgrendelhendel (Fig. 1) om de wan-
delwagen te openen, roteer de greep en hef hem tot het
frame volledig open is (Fig. 1A); controleer of de voorste
poten vergrendeld zijn en of de greep volledig uitgetrok-
ken en bevestigd is (Fig. 1B).
LET OP: Verzeker u er voor gebruik van dat de wandelwa-
gen op de open stand vergrendeld is, door te controleren
of het mechanisme inderdaad geblokkeerd is.
DE VOOR- EN ACHTERWIELEN MONTEREN
2. Breng het voorwiel aan door de voorste pootbuis in de
hiervoor bestemde opening te steken tot u de vergren-
delklik hoort (Fig. 2). Herhaal dezelfde handeling bij het
tweede voorwiel.
3. Om de achterwielen te monteren steekt u de wielpen
in de opening in de stang van de achteras, zoals in g. 3
wordt getoond. Herhaal dezelfde handeling bij het an-
dere wiel.
LET OP: Verzeker u ervan, alvorens de wandelwagen te ge-
bruiken, dat de wielen goed aan het frame zijn vastgezet
door er hard aan te trekken.
ZONNEKAP
4. Om de zonnekap aan het frame van de wandelwagen te