84
NEDERLANDS
3. AANWEZIGHEIDSCONTROLE VAN KOELMIDDEL
6. GEVENTILEERDE RUIMTE
4. AANWEZIGHEID VAN BRANDBLUSSER
5. ER MOGEN GEEN VUURBRONNEN ZIJN
• Het gebied moet vóór en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte
koelmiddeldetector om ervoor te zorgen dat de technicus op de hoogte is van mogelijk
• Zorg ervoor dat de ruimte buiten is of voldoende geventileerd is voordat u toegang krijgt
• Als er hete werkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of aanver-
• Niemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem waarbij leidin-
ontstekingsbronnen niet gebruiken op een manier die het risico op brand of explosie vero-
-
gebied rond de apparatuur worden geïnspecteerd om er zeker van te zijn dat er geen brand-
1. CONTROLEER DE OMGEVING
2. ALGEMENE WERKGEBIED
• Voordat wordt begonnen met werkzaamheden aan systemen die ontvlambare koelmid-
-
volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voordat aan het systeem wordt
• Werkprocedure: Het werk moet worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde proce-
•
dat de omstandigheden binnen het gebied zijn beveiligd door brandbaar materiaal onder
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN