EasyManua.ls Logo

Cybernet CTS 300A - Page 9

Cybernet CTS 300A
15 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
STEREO-VERSTERKER
CYBERNET
CTS-300A
PLAATSING
De
CTS-300A
is
niet
moeilijk
te
piaatsen.
De
onderstaande
standre-
gels
moeten
echter
in
acht
genomen
worden
om
bevredigende
resultaten
te
bekomen
en
om
volledig
te
kunnen
aanspraak
maken
op
de
voorwaarden
van
de
waarborg:
®
Niet
proberen
het
deksel
van
de
behuizing
te
verwijderen
er
bevinden
zich
geen
elementen
die
door
de
gebruiker
kunnen
bediend
worden
binnenin
©
Vergewis
dat
de
stroomschakelaar
uitgeschakeld
is
alvorens
over
te
gaan
tot
aansluitingen
@
De
versterker
en
de
aan-
gesloten
toestellen
kunnen
op
een
tafel,
of
in
een
daartoe
ontwor-
pen
meubel
geplaatst
worden
@
De
toestellen
mogen
niet
aan
over-
dreven
stof,
vochtigheid
of
een
rechtstreekse
hittebron
blootgesteld
worden
@
Het
is
mogelijk
dat
de
versterker
bij
hoog
uitgangsver-
mogen
een
aanzienlijke
hoeveelheid
warmte
uitstraalt;
daarom
moet
er
op
gelet
worden
dat
er
een
minimum-opening
overblijft
om
een
vrije
luchtcirculatie
te
verzekeren
naar
en
van
het
apparaat
in
de
kamer.
AANSLUITINGEN
OP
DE
VERSTERKER
Zie
buitenblad
achteraan,
aansluitingsschema.
LUIDSPREKERS
Sluit
de
luidsprekers
voor
linker-
en
rechter
kanaal
aan
op
aans!ui-
tingsklemmen
aan
de
achterzijde.
:
©.
Gebruik
verbindingsdraad
van
de
juiste
diameter.
Voor
draad-
lengtes
van
minder
dan
6
meter
is
draad
van
2
x
0,75
mm
aan-
bevolen.
Voor
grotere
afstanden
moet
2
x
1,5
mm
gebruikt
worden.
Dit
is
nodig
om
vermogenverlies
te
voorkomen
en
een
goede
kontrole
en
demping
van
de
luidspreker
te
bekomen.
e
Let
er
op
om
geen
te
korte
luidsprekerdraden
te
gebruiken.
e
Let
op
de
goede
fase-instelling.
Dit
will
zeggen,
sluit
de
positieve
of
plus-aansluitdraad
van
elke
luidspreker
aan aan
de
overeen-
stemmende
plus-aansluitklem
van
de
versterker.
De
negatieve
aansluitingen
worden
op
dezelfde
wijze
met
elkaar
verbonden.
Zo
wordt
verzekerd
dat
de
luidsprekers
samen
werken,
en
niet
tegen
elkaar
in,
zodat
een
optimaal
klankbeeld
en
weergave
van
de
lage
tonen
ontstaat.
e
Vergewis
er
u
van
dat
de
linker
en
rechter
luidspreker
op
het
juiste
kanaal
aangesloten
worden.
PLATENSPELER
e
Gebruik
de
aansluitkabels
die
met
de
platenspelers
geleverd
worden,
of
koop
er
een
die
goed
geisoleerd
en
afgeschermd
is
en
voorzien
van
standaard
CINCH-pluggen
e
De
platendraaier
moet
aangesloten
worden
op
Phonoingangbus
®
Verbind
de
afzonder-
lijke
aardeaansluiting
met
de
GND-ingang
op
de
versterker
@
Sluit
‘de
stekker
van
de
platenspeler
aan
op
het
stroomnet.
TUNER
Gebruik
geisoleerde
en
efgeschermde
geluidskabels
voorzien
van
standaard
CINCH-pluggen.
Siuit
aan
op
de
ingangsbus
van
de
tuner.
Vergewis
er
u
van
dat
de
kanalen
juist
zijn
verbonden.
Verbind
de
stekker
met
het
stroomnet.
Sluit
aan
op
een
passende
antenne.
RAND-APPARATUUR
(AUX}
Gebruik
geisoleerde
en
afgeschermde
geluidskabels
met
standaard
CINCH-pluggen.
Aansluiten
op
AUX-ingang-bussen.
Zorg
voor
een
korrekte
kanaalverbinding.
Sluit
de
stekker
van
de
AUX-apparatuur
aan
op
het
stopkontakt.
BANDOPNEMER
Verbindt
de
uitgang
van
de
bandopnemer
(gewoonlijk
aangeduid
als
Line
Out)
met
de
linker
en
rechter
bandweergave-bussen.
Verbind
de
ingang
van
de
bandopnemer
(gewoonlijk
‘Line
Input’)
met
de
linker
en
rechter
bandopnamebussen.
Gebruik
geisoleerde
en
afgeschermde
geluidskabels.
Sluit
de
stekker
van
de
bandopnemer
aan
op
het
stopkontakt.
STROOMTOEVOER
VAN
DE
VERSTERKER
Plaats
de
stekker
in
een
stopkontakt
van
220V
50
Hz.
Vergewis
er
u
van
dat
de
stroomschakelaar
uitgeschakeld
is
en
dat
het
volume
op
minimum
is
geregeld
alvorens
de
stekker
te
verbinden.
BEDIENINGSFUNCTIES
@
=
Strommschakelaar
(POWER):
Ingeschake!ld
voor
stroomtoevoer.
Uitgeschakeld
voor
afsnijden
van
stroom.
(2)
Luidsprekerselektie
Maakt
de
keuze
mogelijk
tussen
vier
standen:
A:
Voor
de
klankweergave
via
de
luidsprekers
aangesloten
op
de
Juidspreker
A
uitgang.
B:
Voor
klankweergave
via
de
luidsprekers
aangesloten
op
de
luidspreker
B
uitgang.
A+B:
Voor
gezamenlijke
klankweergave
via
de
luidsprekers
aangesloten
op
de
luidspreker
A
en
de
luidspreker
B
uitgangen.
Koptelefoon:
In
deze
positie
zijn
alle
luidsprekers
uitgescha-
keld
en.is
de
geluidsuitgang
enkel
verbonden
met
de
‘’Phones’’-
bus
die
rechts
van
de
schakelaar
geplaatst
is.
Aangezien
het
signaal
altijd
naar
deze
bus
gevoerd
wordt,
in
gelijk
welke
posi-
tie
van
de
schakelaar,
is
het
aanbevolen
de
koptelefoons
niet
op
het
toestel
te
laten
als
ze
niet
gebruikt
worden
om
eventuele
overbelasting
of
beschadiging
to
vermijden.
©
Koptelefoon
(PHONES)
Voor
aansluiting
van
een
stereo-koptelefoon
voor
individuele
beluistering.
@
Toonregeling
(BASS/TREBLE)
Deze
regelaars
maken
het
afstellen
van
het
toonevenwicht
van
de
geluidsweergave
mogelijk.
Bass:
Verhoogt
of
verlaagt
het
niveau
van
de
lage
frekwenties
van
het
muziekprogramma.
Naar
rechts
draaien
voor
hogere
stand,
naar
links
draaien
voor
lagere
stand.
Treble:
Werkt
op
dezelfde
wijze
als
de
toonregelaar/lage
tonen,
maar
voor
de
afstelling
van
het
niveau
van
de
hoge
frekwenties.
©
Filters
(LO/H!)
Worden
gebruikt
om
de
storingen
bij
hoge
of
lage
frekwenties
van
onderscheiden
muziekprogramma’s
uit
te
schakelen,
Low:
Onderdrukt
de
zeer
lage
frekwenties.
Dit
kan
zeer
nuttig
zijn
als
de
platenspeler
een
ongewenst
lage
dreun
voortbrengt.
High:
Wordt
gebruikt
om
de
hoge-frekwentiestoringen
te
onderdrukken
die
zich
bij
zekere
muziekprogramma’s
voor-
doen.
@
Volume/Balance
regelaars
(VOLUME/BALANCE)
Dit
zijn
concentrische
regelaars
die
een
afzonderlijke
afstelling
mogelijk
maken.
Volume:
Maakt
een
gelijktijdige
afstelling
van
het
volume
op
linker
en
rechter-kanaal
mogelijk.
Balance:
Voor
een
evenwichtige
afstelling
tussen
linker
en
rechterkanaal
van
het
muziekprogramma.
Moet
normaal
op
centrum-positie
(12
uur)
afgesteld
worden.
@
Loudness
toets
(LOUD)
Bij
inschakeling
(ingedrukt)
worden
de
gebreken
van
het
men-
selijk
oor
gekompenseerd
voor
het
beluisteren
bij
lage
volumes.
Dit
gebeurt
door
een
accentuatie
van
de
geluidsniveaus
van
de
hoge
en
lage
frekwenties.
©
Mode-toets
(MODE)
Bepaalt
de
manier
waarop
de
muziekprogramma’s
door
de
linker
en
rechterkanalen
weergegeven
worden.
:
Stereo:
Stereo-weergave
van
gelijk
welk
stereo-muziekpro-
gramma.
Mono:
Het
signaal
dat
op
de
linker-
en
rechterkanaal-ingang-
bussen
aangesloten
is
wordt
gemengd
en
weergegeven
langs
beide
kanalen.

Related product manuals