AFREGELING
Elektronische module:
• De detectie-afstand is regelbaar tussen 5 en 22 cm d.m.v. de potentiometer "GAIN" f (fig. I)
in de sturing.
• Het wordt aanbevolen de potentiometers niet op de minimum- noch op de maximumstand te plaatsen.
• De periodieke spoeling g (fig. I), is geprogrammeerd op een automatische spoeling van 60 seconden
te realiseren elke 24 h na het laatste gebruik, en kan geannuleerd of geprogrammeerd worden
op een spoeling elke 12 h na het laatste gebruik: plaats de ruiter op het gewenste programma (fig. K).
• c: Veiligheidstransformator PRI: 220240V~ / SEC: 12V~
• d: Diagnose verklikkerlichtjes
• e: Klemmenstrook
• f: Regeling van de detectieafstand
• g: Ruiter "Periodieke spoeling"
Debietregeling (fig. L):
• Het debiet is vooraf ingesteld op 3 l./min (bij 3 bar).
• De debietregeling gebeurt rechtstreeks op de straalbreker met regelbaar debiet d.m.v.
een inbussleutel van 2,5 mm:
- Inkeping n°1 = 3 l/min (bij 3 bar)
- Inkeping n°2 = 4 l/min (bij 3 bar)
- Inkeping n°3 = 5 l/min (bij 3 bar)
ANTIVERBRANDINGSVEILIGHEID D.M.V. TEMPERATUURBEGRENZING
op de mengkranen
Klassieke laterale temperatuur selectieknop (fig. M):
Temperatuurbegrenzer ingesteld.
Om de Temperatuurbegrenzer uit te schakelen:
• Sluit het water af.
• Schroef de blokkeerschroef op de achterkant van het kraanlichaam los met behulp van een
inbussleutel van 4 mm om de temperatuursleutel te kunnen losmaken.
• Optillen (met bijvoorbeeld een platte sleutel) om de gekleurde begrenzer k te verwijderen.
Verlengde laterale temperatuur selectieknop LH (fig. N):
Temperatuurbegrenzer ingesteld.
Om de Temperatuurbegrenzer uit te schakelen:
• Sluit het water af.
• Schroef de blokkeerschroef op de achterkant van het kraanlichaam los met behulp
van een inbussleutel van 4 mm om de temperatuursleutel te kunnen losmaken.
• Optillen (met bijvoorbeeld een platte sleutel) om de gekleurde begrenzer l te verwijderen.
• Plaats de begrenzer lop stand mom volledig heet water te bekomen.
Temperatuur selectieknop vooraan (fig. O):
De begrenzingschroef is standaard in positie o geplaatst. Het is mogelijk ze in positie n te plaatsen
om de temperatuur te beperken:
• Sluit het water af.
• Verwijder de hendel q nadat U de blokkeringsschroef losgeschroefd hebt met een inbussleutel van 2,5 mm.
• Trek de detectie r enkele centimeters naar voor.
• Schroef de begrenzingsring p met een inbussleutel van 2 mm los.
AANBEVELINGEN
• Onze kranen dienen geplaatst te worden door professionele vaklui die de plaatselijk geldende
reglementering, de voorschriften van de studieburelen en de "regels der kunst" dienen te respecteren.
• Respecteer de benodigde diameters van de leidingen om waterslagen of druk/debietverliezen
tegen te gaan (zie de berekeningstabel in de catalogus of op www.delabie.nl).
• Bescherm de installatie met filters, waterslagdempers of drukregelaars en beperk zo het onderhoud.
• Plaats stopkranen in de nabijheid van de kraan om eventuele onderhoudswerken te vergemakkelijken
(Aanbevolen druk: 1 tot 5 Bar).
• De leidingen, stopkranen, tapkranen en andere sanitaire toestellen dienen zo vaak als nodig
gecontroleerd te worden of toch minstens 1 per jaar.
AANSLUITING
• Respecteer de stroomrichting van het water (pijl gegraveerd op de zijkanten(en)
van het/de elektroventiel(en)).
• Monteer de meegeleverde filterdichtingen om het/de elektroventiel(en) tegen onzuiverheden
te beschermen.
• Sluit het/de elektroventiel(en) aan op de klem EV (fig. G) via de rubberen dichting van de kabelwartel:
- RODE draad(en): klem EV+
- BLAUWE draad(en): klem EV-
• Sluit de detectiekabel aan op de klem BMR (fig. G) via de rubberen dichting van de kabelwartel:
- WITTE draad: klem B
- KOPEREN draad: klem M
- RODE draad: klem R
• De detectiekabel nooit afknippen of verlengen (500 cm is op aanvraag beschikbaar).
• Via de dichting van de kabelwartel, sluit aan op het elektriciteitsnet met een beschermde kabel
(21,5 of 21 buitendiameter Ø7 tot 8 om waterdichtheid van de kabelwartel te garanderen) aansluiten
op de klem 220240V van de sturing, achter een scheidingsschakelaar (zie § ELEKTRISCHE VOEDING).
• De moeren van de kabelwartels aanspannen.
• Bevestig de sturing op de muur onder de wastafel, op minimum 50 cm van de vloer:
kabelwartels naar beneden.
• De bevestigingsschroeven samen met de afdekkap en dichting terugplaatsen. De sturing sluiten.
WERKING VAN DE ELEKTRONISCHE MODULE fig. J
• De GELE LED i (ALIM) brandt. Het apparaat staat onder spanning.
• De GROENE LED j(EV) gaat branden bij detectie van de handen: het elektroventiel zorgt ervoor dat
het water begint te lopen. Bij het verwijderen van de handen, en na de zelfsluiting, stopt het water met
lopen: de GROENE LED gaat uit.
• De RODE LED h(SECU) gaat branden, op het ogenblik dat het water stopt met lopen: wanneer men
de handen (of een obstakel) gedurende 45 sec of langer voor de detectie houdt, zal het apparaat de
anti-blokkeringsveiligheid inschakelen. Na het verwijderen van de handen of het obstakel, kan een
nieuwe cyclus starten.
• Een goede werking van de sturing wordt gegarandeerd bij een omgevingstemperatuur
tussen 5°C en 40°C.
NL